ECLI:NL:RBOVE:2015:2763 · Rechtbank Overijssel
Legislator summary
AI generatedbeslissing RECHTBANK OVERIJSSEL Wrakingskamer Zittingsplaats Zwolle zaaknummer / rekestnummer: 08/171489 / KG RK 15-334 Beslissing van 22 mei 2015 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] verzoeker tot wraking. 1De procedure 1.1. Op 11 mei 2015 heeft verzoeker in de zaak met kenmerk 3751743 CV Expl 15-152 een verzoek tot wraking gedaan van: mevrouw [A], mevrouw [B], de overige rechters en andere soorten ambtenaren, die de zaak in behandeling hebben, alle soorten ambtenaren, die vóór dit verzoek andere verschonings- en wrakingsverzoeken van verzoeker hebben behandeld of niet hebben behandeld. 2De ontvankelijkheid 2.1.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBOVE:2015:2763 · Rechtbank Overijssel: 1De procedure 1.1. Op 11 mei 2015 heeft verzoeker in de zaak met kenmerk 3751743 CV Expl 15-152 een verzoek tot wraking gedaan van: mevrouw [A], mevrouw [B], de overige rechters en andere soorten ambtenaren, die de zaak in behandeling hebben, alle soorten ambtenaren, die vóór dit verzoek andere verschonings- en wrakingsverzoeken van verzoeker hebben behandeld of niet hebben behandeld. 2De ontvankelijkheid 2.1.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
beslissing RECHTBANK OVERIJSSEL Wrakingskamer Zittingsplaats Zwolle zaaknummer / rekestnummer: 08/171489 / KG RK 15-334 Beslissing van 22 mei 2015 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] verzoeker tot wraking. 1De procedure 1.1. Op 11 mei 2015 heeft verzoeker in de zaak met kenmerk 3751743 CV Expl 15-152 een verzoek tot wraking gedaan van: mevrouw [A], mevrouw [B], de overige rechters en andere soorten ambtenaren, die de zaak in behandeling hebben, alle soorten ambtenaren, die vóór dit verzoek andere verschonings- en wrakingsverzoeken van verzoeker hebben behandeld of niet hebben behandeld. 2De ontvankelijkheid 2.1.
Voornoemde mevrouw [A] en mevrouw [B] zijn medewerkers ter griffie van de rechtbank. Een wrakingsverzoek kan slechts tegen rechters zijn gericht. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn verzoek voor zover het is gericht tegen alle in het verzoek genoemde of aangewezen personen die geen rechter zijn (c en d). 2.2. Verzoeker is evenwel ook niet-ontvankelijk in zijn verzoek, voor zover het is gericht tegen rechterlijke ambtenaren, omdat hij niet motiveert op grond van welke feiten of omstandigheden de onpartijdigheid van de rechters, die zijn zaak behandelen schade zou kunnen lijden.
Individualisering van de betrokken rechter is nodig omdat verzoeker duidelijk zal moeten maken welke concrete en feitelijke bezwaren maken dat juist deze rechter zijn, verzoeker’s, zaak niet onpartijdig zal behandelen. 2.3. Voor zover verzoeker zich stoort aan de aanhef die in brieven van de rechtbank aan hem wordt gebruikt, is daarin geen grond voor wraking gelegen. Daarnaast wordt door de in de brief of brieven gebruikte zin: “Een schriftelijke reactie heeft onze voorkeur” de toegang tot de rechter niet belemmerd. 2.4. Nu verzoeker in zijn verzoek reeds nu niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, kan een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege blijven.
3. De beslissing De rechtbank 3.1. verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door de mrs. J.A.O.M. van Aerde, S. Taalman en C. Verdoold in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.K. van Haren en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2015. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.