Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2014:7183 ECLI:NL:RBOVE:2014:7183 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2014:7183 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2014:7183
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK OVERIJSSEL Verschoningskamer Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rekestnummer: 158312 / KG RK 2024-2014 Beslissing van 2 juli 2014 in de zaak van mr. S.K. HUISMAN, rechter in de rechtbank Overijssel, afdeling strafrecht, verzoekster tot verschoning, inzake het verzoek zich te mogen verschonen in de procedures van het OM tegen [verdachte 1] onder parketnummer 08/760043-14 en van het OM tegen [verdachte 2] onder parketnummer 08/760044-14. 1De procedure 1.1. In de hierboven genoemde strafzaken heeft op 24 juni 2014 een openbare terechtzitting van de meervoudige strafkamer plaatsgevonden, alwaar mr.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2014:7183 · Rechtbank Overijssel: S.K. HUISMAN, rechter in de rechtbank Overijssel, afdeling strafrecht, verzoekster tot verschoning, inzake het verzoek zich te mogen verschonen in de procedures van het OM tegen [verdachte 1] onder parketnummer 08/760043-14 en van het OM tegen [verdachte 2] onder parketnummer 08/760044-14. 1De procedure 1.1. In de hierboven genoemde strafzaken heeft op 24 juni 2014 een openbare terechtzitting van de meervoudige strafkamer plaatsgevonden, alwaar mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK OVERIJSSEL Verschoningskamer Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rekestnummer: 158312 / KG RK 2024-2014 Beslissing van 2 juli 2014 in de zaak van mr. S.K. HUISMAN, rechter in de rechtbank Overijssel, afdeling strafrecht, verzoekster tot verschoning, inzake het verzoek zich te mogen verschonen in de procedures van het OM tegen [verdachte 1] onder parketnummer 08/760043-14 en van het OM tegen [verdachte 2] onder parketnummer 08/760044-14. 1De procedure 1.1. In de hierboven genoemde strafzaken heeft op 24 juni 2014 een openbare terechtzitting van de meervoudige strafkamer plaatsgevonden, alwaar mr.

Koppes, mr. Huisman en mr. Bloebaum, zitting hadden. 1.2. Bij gelegenheid van de behandeling ter terechtzitting heeft mr. Huisman een verzoek tot verschoning gedaan, zoals blijkt uit de processen-verbaal van de terechtzitting van 24 juni 2014. 1.3. Van de zijde van de verdediging en het OM zijn geen bezwaren tegen het verschoningsverzoek ingebracht. 1.4. De verschoningskamer heeft afgezien van een mondelinge behandeling. 1.5. De beslissing is bepaald op vandaag. 2Het verschoningsverzoek 2.1. Aan het verzoek zich te mogen verschonen legt mr. Huisman ten grondslag dat zij ter terechtzitting heeft geconstateerd dat de vader van aangever een neef van haar is, zodat zij zich niet langer vrij voelt om de zaak de beoordelen. 3De beoordeling 3.1.

Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. 3.2. De omstandigheid dat de vader van aangever een neef is van mr. Huisman levert naar het oordeel van de verschoningskamer een zwaarwegende aanwijzing op als hiervoor onder 3.1. bedoeld. 3.3.

Het verzoek wordt toegewezen.

4De beslissing

De rechtbank 4.1. wijst toe het verzoek van mr. Huisman zich van de verdere behandeling van de procedures met kenmerk 08/760043-14 tussen het OM en [verdachte 1] en 08/760044-14 tussen het OM en [verdachte 2] te mogen verschonen. Deze beslissing is gegeven door mrs. Zweers, Stoové en Van Eerden in tegenwoordigheid van de griffier mr. Morskieft en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2014.