Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2013:4560 ECLI:NL:RBOVE:2013:4560 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2013:4560 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2013:4560
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Toezicht Zittingsplaats Almelo rekestnummers: C/08/145681 FT RK 1538/13 uitspraakdatum: 9 oktober 2013 Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken op het verzoek van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] te[geboortedatum], wonende te [woonplaats], [adres]. verder [verzoeker] te noemen. Ten aanzien van de goederen van [verzoeker] is op 4 maart 2010 een onderbewindstelling uitgesproken, met benoeming van de Stichting Christelijke Schuldhulp te Enschede tot (beschermings)bewindvoerder. Het procesverloop [verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2013:4560 · Rechtbank Overijssel: De beoordeling De feiten Op 8 oktober 2013 heeft de rechtbank een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met bijlagen van [verzoeker] ontvangen. Bij het verzoekschrift is een verklaring ex artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet (Fw.) gevoegd, welke is afgegeven door de Stichting Christelijke Schuldhulp. De overwegingen van de rechtbank De rechtbank overweegt dat de Hoge Raad bij arrest van 5 november 2010 (NJ 2011, 31) heeft bepaald dat een verklaring ex artikel 285 lid 1 sub f Fw. niet alleen door gemeenten en gemeentelijke kredietbanken, maar ook door in artikel 48 lid 1 onder c Wet op het consumentenkrediet (WcK) genoemde personen mag worden afgegeven.

Keywords

AI generated
stable health status suspension of insurance cover maintenance of pension coverage entitlement condition for benefits claim for insurance benefits justified insurer position
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Toezicht Zittingsplaats Almelo rekestnummers: C/08/145681 FT RK 1538/13 uitspraakdatum: 9 oktober 2013 Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken op het verzoek van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] te[geboortedatum], wonende te [woonplaats], [adres]. verder [verzoeker] te noemen. Ten aanzien van de goederen van [verzoeker] is op 4 maart 2010 een onderbewindstelling uitgesproken, met benoeming van de Stichting Christelijke Schuldhulp te Enschede tot (beschermings)bewindvoerder. Het procesverloop [verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.

De beoordeling De feiten Op 8 oktober 2013 heeft de rechtbank een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met bijlagen van [verzoeker] ontvangen. Bij het verzoekschrift is een verklaring ex artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet (Fw.) gevoegd, welke is afgegeven door de Stichting Christelijke Schuldhulp. De overwegingen van de rechtbank De rechtbank overweegt dat de Hoge Raad bij arrest van 5 november 2010 (NJ 2011, 31) heeft bepaald dat een verklaring ex artikel 285 lid 1 sub f Fw. niet alleen door gemeenten en gemeentelijke kredietbanken, maar ook door in artikel 48 lid 1 onder c Wet op het consumentenkrediet (WcK) genoemde personen mag worden afgegeven.

De rechtbank concludeert dat beschermingsbewindvoerders niet tot deze personen behoren. Nu de verklaring ex artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet in het onderhavige geval is afgegeven door een beschermingsbewindvoerder, is de verklaring afgegeven door een onbevoegd persoon/onbevoegde instantie. Dientengevolge dient [verzoeker] naar het oordeel van de rechtbank niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek. De beslissing De rechtbank: - verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek; Gewezen door mr. M.L.J. Koopmans, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 oktober 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.