ECLI:NL:RBONE:2013:BZ8943 · Rechtbank Oost-Nederland
Legislator summary
AI generatedInleiding Bij schrijven van 5 april 2012 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 13 maart 2012, waarin het door verzoeker gemaakte bezwaar tegen het besluit van 12 januari 2012 ongegrond is verklaard. Nadien heeft verweerder bij besluit van 10 augustus 2012 het bezwaar alsnog gegrond verklaard. Naar aanleiding daarvan heeft verzoeker bij schrijven van 17 augustus 2012 het beroep ingetrokken. Daarbij is verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen. Vervolgens heeft de rechtbank bij schrijven van 6 september 2012 verweerder in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Van deze gelegenheid heeft verweerder geen gebruik gemaakt.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75a van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RBONE:2013:BZ8943 · Rechtbank Oost-Nederland: RECHTBANK OOST-NEDERLAND Team bestuursrecht Locatie Arnhem registratienummer: AWB 12/1548 uitspraak ingevolge artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 12 maart 2013. inzake [verzoeker], verzoeker, wonende te Tiel, vertegenwoordigd door mr. P.G. Muller, tegen de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK OOST-NEDERLAND Team bestuursrecht Locatie Arnhem registratienummer: AWB 12/1548 uitspraak ingevolge artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 12 maart 2013. inzake [verzoeker], verzoeker, wonende te Tiel, vertegenwoordigd door mr. P.G. Muller, tegen de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
1. Inleiding Bij schrijven van 5 april 2012 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 13 maart 2012, waarin het door verzoeker gemaakte bezwaar tegen het besluit van 12 januari 2012 ongegrond is verklaard. Nadien heeft verweerder bij besluit van 10 augustus 2012 het bezwaar alsnog gegrond verklaard. Naar aanleiding daarvan heeft verzoeker bij schrijven van 17 augustus 2012 het beroep ingetrokken. Daarbij is verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen. Vervolgens heeft de rechtbank bij schrijven van 6 september 2012 verweerder in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Van deze gelegenheid heeft verweerder geen gebruik gemaakt.
2. Overwegingen Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in de proceskosten veroordelen. De in deze bepaling bedoelde situatie doet zich hier voor. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder met het besluit van 10 augustus 2012 geheel of gedeeltelijk aan het beroep van verzoeker tegemoet gekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb, hetgeen aanleiding geeft verweerder met toepassing van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van verzoeker. De rechtbank heeft de kosten in verband met verleende rechtsbijstand met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 472,00. Voor de vergoeding van het griffierecht (ad € 42,-) kan verzoeker zich tot verweerder wenden (artikel 8:41, vierde lid, van de Awb). Beslist wordt als volgt.
3. Beslissing De rechtbank: veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker ten bedrage van € 472,00. Aldus gegeven door mr. E.M. Vermeulen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Barzilay, griffier. De griffier, De rechter, Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2013. Ingevolge artikel 8:55, eerste lid, van de Awb kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan tegen deze uitspraak binnen zes weken na de dag van verzending hiervan verzet doen bij de Rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Verzonden op: 12 maart 2013.