ECLI:NL:RBOBR:2021:4331 · Rechtbank Oost-Brabant
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK OOST-BRABANT Strafrecht Raadkamer Parketnummer: 01/993266-21 AFWIJZING VERZOEK SCHORSING VOORLOPIGE HECHTENIS Mr. [raadsman] , raadsman, heeft een schriftelijk verzoek ingediend op 18 juni 2021 waarin wordt verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen van de verdachte: naam : [verdachte] geboren op : [geboortedatum] te Tilburg woonplaats : [adres] Procesverloop De rechtbank heeft op 6 mei 2021 de gevangenhouding bevolen voor de duur van 90 dagen. De rechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, het standpunt van de officier van justitie d.d. 21 juni 2021 en het strafdossier, en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBOBR:2021:4331 · Rechtbank Oost-Brabant: [raadsman] , raadsman, heeft een schriftelijk verzoek ingediend op 18 juni 2021 waarin wordt verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen van de verdachte: naam : [verdachte] geboren op : [geboortedatum] te Tilburg woonplaats : [adres] Procesverloop De rechtbank heeft op 6 mei 2021 de gevangenhouding bevolen voor de duur van 90 dagen. De rechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, het standpunt van de officier van justitie d.d. 21 juni 2021 en het strafdossier, en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK OOST-BRABANT Strafrecht Raadkamer Parketnummer: 01/993266-21 AFWIJZING VERZOEK SCHORSING VOORLOPIGE HECHTENIS Mr. [raadsman] , raadsman, heeft een schriftelijk verzoek ingediend op 18 juni 2021 waarin wordt verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen van de verdachte: naam : [verdachte] geboren op : [geboortedatum] te Tilburg woonplaats : [adres] Procesverloop De rechtbank heeft op 6 mei 2021 de gevangenhouding bevolen voor de duur van 90 dagen. De rechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, het standpunt van de officier van justitie d.d. 21 juni 2021 en het strafdossier, en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord.
Het uitzitten van een onherroepelijke aan verdachte opgelegde gevangenisstraf kan in beginsel als alternatief dienen voor voorlopige hechtenis en – behoudens contra-indicaties – een grond voor schorsing opleveren aangezien het ondergaan van een reeds opgelegde vrijheidsstraf een op dat moment voor de verdachte gunstigere vorm van vrijheidsbeneming is dan de voorlopige hechtenis. De rechtbank is van mening dat er contra-indicaties zijn. Dit gelet op het feit dat verdachte zich eerder gedurende zijn verlof heeft onttrokken en zich daarbij schuldig gemaakt lijkt te hebben aan eenzelfde soort feit.
Daarnaast is het (nog steeds) onduidelijk wat de situatie van detentiefasering op korte termijn zal zijn. De rechtbank wijst daarom het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. Beslissing: De rechter: - wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Deze beschikking is op 30 juni 2021 gewezen door: mr. I.L.A. Boer, rechter, mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. W.M.T. Keukens, leden, in tegenwoordigheid van L. Surewaard griffier. de griffier, de rechter,