Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOBR:2020:6967 ECLI:NL:RBOBR:2020:6967 AI generated

ECLI:NL:RBOBR:2020:6967 · Rechtbank Oost-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBOBR:2020:6967
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK OOST-BRABANT Wrakingskamer Zaaknummer: WR 20/011 Beslissing van 18 mei 2020 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. J.L.M. Dohmen, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter 1Procesverloop De rechter is de behandelend rechter in de bestuursrechtelijke procedures met zaaknummers [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] en [nummer] . De rechtbank heeft bepaald dat deze zaken door de rechter worden behandeld op de zitting van 7 mei 2020, vanaf 13:30 uur.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:18 lid 5 Awb; ECLI:NL:RBOBR:2020:6967 · Rechtbank Oost-Brabant: Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter, bij wie uit zijn gedrag of overtuiging vooringenomenheid blijkt tegenover een partij – althans aan een partij die daarover de objectief gerechtvaardigde vrees heeft – (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. 2.3 Het verzoek tot wraking kan niet slagen. Of het verzoek om een voorlopige voorziening op 29 juli 2016 ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard kan in het kader van deze wrakingsprocedure in beginsel niet worden beoordeeld. Alleen als de beslissing, gelet op de motivering of de wijze van totstandkoming zó onjuist of onbegrijpelijk is dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard, is er grond voor wraking.

Keywords

AI generated
preliminary ruling procedure preliminary question right to a decision unjustified procedural delay procedural objections compliance with the pre-litigation procedure

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht
2.2 Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
artikel 8:18 lid 5 Awb
griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen voorziening open (artikel 8:18 lid 5 Awb)

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBOBR:2016:4101
De rechter heeft namelijk bij uitspraak van 29 juli 2016 (ECLI:NL:RBOBR:2016:4101), een door verzoeker ingediend verzoek om een voorlopige voorziening te treffen niet-ontvankelijk verklaard, volgens verzoeker ten onrechte.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK OOST-BRABANT Wrakingskamer Zaaknummer: WR 20/011 Beslissing van 18 mei 2020 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. J.L.M. Dohmen, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter 1Procesverloop De rechter is de behandelend rechter in de bestuursrechtelijke procedures met zaaknummers [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] en [nummer] . De rechtbank heeft bepaald dat deze zaken door de rechter worden behandeld op de zitting van 7 mei 2020, vanaf 13:30 uur.

In een brief van 24 april 2020 heeft de griffier aan verzoeker een kennisgeving voor deze zitting aan verzoeker verstuurd. Bij e-mail van 1 mei 2020 om 09:11 uur heeft verzoeker de rechter gewraakt. De rechter heeft de wrakingskamer bij e-mail van 7 mei 2020 meegedeeld dat het verzoek van verzoeker geen aanleiding geeft tot opmerkingen. 2De beoordeling 2.1 Verzoeker stelt in zijn e-mail van 1 mei 2020 dat de rechter vooringenomen en niet onpartijdig is. De rechter heeft namelijk bij uitspraak van 29 juli 2016 (ECLI:NL:RBOBR:2016:4101), een door verzoeker ingediend verzoek om een voorlopige voorziening te treffen niet-ontvankelijk verklaard, volgens verzoeker ten onrechte. 2.2 Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter, bij wie uit zijn gedrag of overtuiging vooringenomenheid blijkt tegenover een partij – althans aan een partij die daarover de objectief gerechtvaardigde vrees heeft – (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. 2.3 Het verzoek tot wraking kan niet slagen. Of het verzoek om een voorlopige voorziening op 29 juli 2016 ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard kan in het kader van deze wrakingsprocedure in beginsel niet worden beoordeeld. Alleen als de beslissing, gelet op de motivering of de wijze van totstandkoming zó onjuist of onbegrijpelijk is dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard, is er grond voor wraking.

De aangevoerde grond haalt deze hoge drempel niet. Verzoeker heeft enkel opgemerkt dat de behandelend rechter eerder een hem onwelgevallige beslissing heeft genomen, maar dat is niet voldoende voor een geslaagde wraking. Verzoeker heeft niet verder toegelicht waarom de beslissing van 29 juli 2016 onjuist is, laat staan dat deze zo onjuist of onbegrijpelijk is dat dat leidt tot de conclusie dat de rechter vooringenomen is. Naar het oordeel van de wrakingskamer is het verzoek daarom kennelijk ongegrond. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden.

Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

3De beslissing

De wrakingskamer wijst het wrakingsverzoek af. Deze beslissing is gegeven op 18 mei 2020 door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en mr. C.T.C. Wijsman, leden, in aanwezigheid van mr. J.R. Leegsma, griffier. griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen voorziening open (artikel 8:18 lid 5 Awb)