Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOBR:2020:6533 ECLI:NL:RBOBR:2020:6533 AI generated

ECLI:NL:RBOBR:2020:6533 · Rechtbank Oost-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBOBR:2020:6533
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 20/1795 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 december 2020 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: [naam] ) en Belastingdienst-Toeslagen, verweerder Procesverloop Eiseres heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 25 mei 2020 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBOBR:2020:6533 · Rechtbank Oost-Brabant: De indiener heeft binnen de gestelde termijn geen machtiging overlegd. De rechtbank heeft de indiener bij brief van 6 juli 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien de indiener niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De indiener heeft binnen deze termijn geen kopie van de machtiging toegestuurd. De griffier heeft de indiener bij brief van 13 augustus 2020 in de gelegenheid gesteld binnen een week na dagtekening van de brief de rechtbank schriftelijk mede te delen wat de reden is van het niet tijdig herstellen van het verzuim. De rechtbank heeft het kopie van het bestreden besluit en de machtiging pas ontvangen op 20 augustus 2020. Dit is echter buiten de termijn van vier weken.

Keywords

AI generated
rent deduction in supplementary benefits standing of neighbours reduction of rent maintenance contribution housing costs action for exclusion from co-ownership

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 6:6 van de Awb
Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 20/1795 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 december 2020 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: [naam] ) en Belastingdienst-Toeslagen, verweerder Procesverloop Eiseres heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 25 mei 2020 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

3. De indiener heeft binnen de gestelde termijn geen machtiging overlegd. De rechtbank heeft de indiener bij brief van 6 juli 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien de indiener niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De indiener heeft binnen deze termijn geen kopie van de machtiging toegestuurd. De griffier heeft de indiener bij brief van 13 augustus 2020 in de gelegenheid gesteld binnen een week na dagtekening van de brief de rechtbank schriftelijk mede te delen wat de reden is van het niet tijdig herstellen van het verzuim. De rechtbank heeft het kopie van het bestreden besluit en de machtiging pas ontvangen op 20 augustus 2020. Dit is echter buiten de termijn van vier weken.

4. De indiener heeft binnen vier weken geen machtiging ingediend.

5. De indiener heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.

6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.D. Streefkerk, rechter, in aanwezigheid van A. Ibrahimovic, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 30 december 2020. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.