Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOBR:2020:5091 ECLI:NL:RBOBR:2020:5091 AI generated

ECLI:NL:RBOBR:2020:5091 · Rechtbank Oost-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBOBR:2020:5091
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 20/418 uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 oktober 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen Oostappen Vakantiepark Prinsenmeer B.V., te Ommel, verzoekster (gemachtigde: mr. M.Ph.A. Senders), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten, verweerder (gemachtigde: mr. R. Benhadi). Procesverloop Bij besluit van 1 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekster gelast om uiterlijk 1 mei 2019 om 23.00 uur alle bewoning door arbeidsmigranten - of verblijf van arbeidsmigranten anders dan voor recreatie - van de recreatieverblijven op Vakantiepark Prinsenmeer te beëindigen en beëindigd te houden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBOBR:2020:5091 · Rechtbank Oost-Brabant: Verzoekster heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening (zaak SHE 20/418) te treffen. Bij faxbericht van 5 februari 2020 heeft verweerder aangegeven bereid te zijn de begunstigingstermijn te verlengen tot vier weken nadat de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorzieningen heeft beslist. Ingevolge artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen - onder meer - indien het verzoek kennelijk ongegrond is.

Keywords

AI generated
environmental protection concerns procedural objections standing against building permit planning approval nature conservation permit decision not to raise objections
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 20/418 uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 oktober 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen Oostappen Vakantiepark Prinsenmeer B.V., te Ommel, verzoekster (gemachtigde: mr. M.Ph.A. Senders), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten, verweerder (gemachtigde: mr. R. Benhadi). Procesverloop Bij besluit van 1 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekster gelast om uiterlijk 1 mei 2019 om 23.00 uur alle bewoning door arbeidsmigranten - of verblijf van arbeidsmigranten anders dan voor recreatie - van de recreatieverblijven op Vakantiepark Prinsenmeer te beëindigen en beëindigd te houden.

Daarbij is aangegeven dat verzoekster, indien zij niet tijdig aan deze last voldoet, een dwangsom verbeurt van € 50.000,00 per keer dat wordt geconstateerd dat de overtreding, te weten het strijdig gebruik van de recreatieverblijven op het vakantiepark, niet is beëindigd en beëindigd is gehouden, met een maximum van één verbeuring per week en een totaal van € 500.000,00. Bij besluit van 24 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (zaak SHE 20/419).

Verzoekster heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening (zaak SHE 20/418) te treffen. Bij faxbericht van 5 februari 2020 heeft verweerder aangegeven bereid te zijn de begunstigingstermijn te verlengen tot vier weken nadat de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorzieningen heeft beslist. Ingevolge artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen - onder meer - indien het verzoek kennelijk ongegrond is.

Overwegingen Bij uitspraak van heden heeft de rechtbank het beroep van verzoekster ongegrond verklaard. Gelet op deze uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Heijerman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.M.C. van Og, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 19 oktober 2020. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.