Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOBR:2018:4198 ECLI:NL:RBOBR:2018:4198 AI generated

ECLI:NL:RBOBR:2018:4198 · Rechtbank Oost-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBOBR:2018:4198
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rolnummer: C/01/336443 / HA ZA 18-481 Vonnis van 22 augustus 2018 in de zaak van de stichting STICHTING SINT TRUDO, gevestigd te Eindhoven, eiseres, advocaat mr. B. Poort te Eindhoven, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding het tegen gedaagde verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding nietig is en daarom ten onrechte verstek is verleend.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 47 Rv, Artikel 45 lid 3 Rv, artikel 10 lid 1 BW, artikel 66 lid 1 Rv, artikel 121 lid 1 Rv, artikel 121 lid 3 Rv; ECLI:NL:RBOBR:2018:4198 · Rechtbank Oost-Brabant: De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet gebleken is dat het bepaalde in artikel 45 lid 3 onder d en 47 Rv. is nageleefd, hetgeen op grond van het bepaalde in artikel 66 lid 1 Rv, nietigheid van de dagvaarding met zich brengt indien aannemelijk is dat gedaagde door het gebrek onredelijk is benadeeld. Dat is hier het geval aangezien aannemelijk is dat de dagvaarding gedaagde (als gevolg van het gebrek) niet heeft bereikt. 2.3. Nu sprake is van een nietige dagvaarding en gedaagde niet is verschenen had tegen hem, op grond van het bepaalde in artikel 121 lid 1 Rv, geen verstek verleend mogen worden.

Keywords

AI generated
obligation to register notification of address change known domicile land register rectification civil register mortgage registration

Cited Legislation

AI generated
Artikel 47 Rv
Artikel 47 Rv bepaalt dat indien de deurwaarder aan geen van de in artikel 46 eerste lid Rv genoemde personen afschrift van het exploot van dagvaarding kan laten, hij een afschrift aan de woonplaats van degene waar het voor bestemd is achter laat in een gesloten envelop.
Artikel 45 lid 3 Rv
Artikel 45 lid 3 Rv bepaalt dat het exploot van dagvaarding (onder meer) de naam en woonplaats van degene voor wie het exploot is bestemd vermeldt.
artikel 10 lid 1 BW
De woonplaats van een natuurlijk persoon bevindt zich (artikel 10 lid 1 BW) te zijner woonstede, en bij gebreke daarvan ter plaatse van zijn werkelijk verblijf.
artikel 66 lid 1 Rv
is nageleefd, hetgeen op grond van het bepaalde in artikel 66 lid 1 Rv, nietigheid van de dagvaarding met zich brengt indien aannemelijk is dat gedaagde door het gebrek onredelijk is benadeeld.
artikel 121 lid 1 Rv
Nu sprake is van een nietige dagvaarding en gedaagde niet is verschenen had tegen hem, op grond van het bepaalde in artikel 121 lid 1 Rv, geen verstek verleend mogen worden.
artikel 121 lid 3 Rv
Aangezien aannemelijk is dat het exploot van betekening van de dagvaarding gedaagde niet heeft bereikt als gevolg van het hiervoor genoemde gebrek, moet de dagvaarding, op grond van het bepaalde in artikel 121 lid 3 Rv, nietig worden verklaard.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rolnummer: C/01/336443 / HA ZA 18-481 Vonnis van 22 augustus 2018 in de zaak van de stichting STICHTING SINT TRUDO, gevestigd te Eindhoven, eiseres, advocaat mr. B. Poort te Eindhoven, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding het tegen gedaagde verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding nietig is en daarom ten onrechte verstek is verleend.

Het verleende verstek moet daarom vervallen verklaard worden. Daarvoor is het volgende van belang. 2.2. Artikel 47 Rv bepaalt dat indien de deurwaarder aan geen van de in artikel 46 eerste lid Rv genoemde personen afschrift van het exploot van dagvaarding kan laten, hij een afschrift aan de woonplaats van degene waar het voor bestemd is achter laat in een gesloten envelop. Artikel 45 lid 3 Rv bepaalt dat het exploot van dagvaarding (onder meer) de naam en woonplaats van degene voor wie het exploot is bestemd vermeldt. De deurwaarder heeft een afschrift van het exploot van dagvaarding in een gesloten envelop gelaten aan het adres waar gedaagde volgens de basisregistratie personen bij de gemeente Eindhoven staat ingeschreven omdat de deurwaarder aldaar niemand aantrof aan wie rechtsgeldig afschrift kon worden gelaten.

Het adres in de gemeentelijke basisregistratie kan echter niet zonder meer worden gelijk gesteld met de woonplaats (als bedoeld in art. 45,46 en 47 Rv). De woonplaats van een natuurlijk persoon bevindt zich (artikel 10 lid 1 BW) te zijner woonstede, en bij gebreke daarvan ter plaatse van zijn werkelijk verblijf. Iemand heeft zijn woonstede daar waar hij daadwerkelijk woont (met zijn gezin), de zetel van zijn fortuin heeft, zijn zaken behartigt, zijn goederen en eigendommen beheert. Dat gedaagde zijn woonstede heeft op het adres waarop hij in de basisregistratie van de gemeente staat ingeschreven blijkt niet, integendeel: in dagvaarding wordt vermeld dat direct omwonenden hebben verklaard dat gedaagde (enkele jaren geleden) naar Amerika is vertrokken en drie personen die vanaf maart 2018 staan ingeschreven op dit adres hebben verklaard dat de woning aan hen is verhuurd door [naam 1] als vertegenwoordiger van [naam 2] , welke laatste, naar zij begrijpen, de eigenaar is van de woning.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet gebleken is dat het bepaalde in artikel 45 lid 3 onder d en 47 Rv. is nageleefd, hetgeen op grond van het bepaalde in artikel 66 lid 1 Rv, nietigheid van de dagvaarding met zich brengt indien aannemelijk is dat gedaagde door het gebrek onredelijk is benadeeld. Dat is hier het geval aangezien aannemelijk is dat de dagvaarding gedaagde (als gevolg van het gebrek) niet heeft bereikt. 2.3. Nu sprake is van een nietige dagvaarding en gedaagde niet is verschenen had tegen hem, op grond van het bepaalde in artikel 121 lid 1 Rv, geen verstek verleend mogen worden.

Het verleende verstek wordt dan ook vervallen verklaard. Aangezien aannemelijk is dat het exploot van betekening van de dagvaarding gedaagde niet heeft bereikt als gevolg van het hiervoor genoemde gebrek, moet de dagvaarding, op grond van het bepaalde in artikel 121 lid 3 Rv, nietig worden verklaard. 2.4. Eiseres zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op nihil.

3De beslissing

De rechtbank 3.1. verklaart het verleende verstek vervallen, 3.2. verklaart de dagvaarding nietig, 3.3. veroordeelt eiseres in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2018.