Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOBR:2016:6971 ECLI:NL:RBOBR:2016:6971 AI generated

ECLI:NL:RBOBR:2016:6971 · Rechtbank Oost-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBOBR:2016:6971
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 16/2552 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2016 op het verzoek om schadevergoeding in de zaak tussen [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Bij verzoekschrift van 15 juli 2016 heeft verzoekster op grond van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van schade.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:88 van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RBOBR:2016:6971 · Rechtbank Oost-Brabant: Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 25 november 2015 afgewezen. Verzoekster heeft daartegen bezwaar gemaakt en zich daarbij laten bijstaan door een professionele rechtsbijstandverlener. Verweerder heeft bij besluit van 11 mei 2016 het bezwaar gegrond verklaard en alsnog een uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW toegekend. Verweerder heeft tevens de proceskosten vergoed tot een bedrag van € 496,00, zijnde het forfaitaire tarief voor het indienen van een bezwaarschrift.

Keywords

AI generated
party costs of attorney procedural costs legal representation costs legal aid costs assessment of costs reimbursement of costs

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht
Indien op basis van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vergoeding wordt gevraagd van in de bezwaarfase gemaakte kosten, stellen artikelen 7:15 en 8:75 van de Awb en het daarop gebaseerde Bpb regels.
artikel 8:88 van de Awb
artikel 8:75 van de Awb

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 16/2552 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2016 op het verzoek om schadevergoeding in de zaak tussen [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Bij verzoekschrift van 15 juli 2016 heeft verzoekster op grond van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van schade.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Verzoekster heeft op 7 november 2016 aanvullende stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 november 2016. Verzoekster is verschenen. Namens verweerder is niemand verschenen. Overwegingen 1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Verzoekster was tot 11 februari 2015 werkzaam als boekhouder bij [bedrijf] . Vanaf 11 februari 2015 ontvangt verzoekster een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Op 28 oktober 2015 is het faillissement van [bedrijf] uitgesproken.

Op 5 november 2015 heeft verzoekster bij verweerder een aanvraag tot overname betalingsverplichtingen van haar ex-werkgever (hoofdstuk IV van de WW) ingediend.

2. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 25 november 2015 afgewezen. Verzoekster heeft daartegen bezwaar gemaakt en zich daarbij laten bijstaan door een professionele rechtsbijstandverlener. Verweerder heeft bij besluit van 11 mei 2016 het bezwaar gegrond verklaard en alsnog een uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW toegekend. Verweerder heeft tevens de proceskosten vergoed tot een bedrag van € 496,00, zijnde het forfaitaire tarief voor het indienen van een bezwaarschrift.

3. Bij brief van 14 juni 2016 heeft verzoekster verweerder verzocht om vergoeding van haar schade, bestaande uit de (niet vergoede) kosten van rechtsbijstand voor de bezwaarprocedure. De schade is begroot op € 2.820,29. Ter onderbouwing van de vordering heeft verzoekster nota’s en de bijbehorende urenregistratie overgelegd.

4. Bij besluit van 29 juni 2016 heeft verweerder het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Volgens verweerder kan in de bezwaarfase slechts een vergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) worden toegekend en dat heeft verweerder gedaan. Het in het Bpb opgenomen stelsel met forfaitaire vergoedingen heeft een limitatief karakter.

5. Verzoekster heeft daarop haar verzoek bij de rechtbank ingediend.

6. Indien op basis van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vergoeding wordt gevraagd van in de bezwaarfase gemaakte kosten, stellen artikelen 7:15 en 8:75 van de Awb en het daarop gebaseerde Bpb regels. Op grond van deze regels is eiseres in verband met het herroepen van het besluit van 25 november 2015 een vergoeding van haar kosten in bezwaar toegekend. Het verzoek van eiseres om verweerder met toepassing van artikel 8:88 van de Awb te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding, bestaande uit de kosten in bezwaar die niet met toepassing van artikel 8:75 van de Awb kunnen worden vergoed, moet worden afgewezen, aangezien artikel 8:75 van de Awb een exclusieve regeling inhoudt. Daarom is voor een (aanvullende) vergoeding van proceskosten met toepassing van artikel 8:88 van de Awb geen plaats. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 december 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:4828).

7. Het verzoek van verzoekster om vergoeding van schade bestaande uit de (niet vergoede) kosten van rechtsbijstand voor de bezwaarprocedure wordt daarom afgewezen. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. F.M. Rijnbeek, rechter, in aanwezigheid van mr. P.D.H. Selhorst, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2016. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.