ECLI:NL:RBOBR:2016:5426 · Rechtbank Oost-Brabant
Legislator summary
AI generatedvonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Strafrecht Parketnummer ontneming: 01/845045-14 Datum uitspraak: 03 oktober 2016 Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [adresgegevens] . Onderzoek van de zaak: De vordering van de officier van justitie strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 46.791,78 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 juni 2016 en 19 september 2016.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBOBR:2016:5426 · Rechtbank Oost-Brabant: De beoordeling De vordering is tijdig ingediend. Nu de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van hetgeen hem onder parketnummer 01/845045-14 feit 3 primair en subsidiair is tenlastegelegd (kortgezegd: het medeplegen van overtreding van artikel 3 Opiumwet danwel de medeplichtigheid hierbij), en de ontnemingsvordering is gebaseerd op de wederrechtelijk genoten inkomsten uit de bedoelde hennepkwekerij, zal de rechtbank de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen. DE UITSPRAAK Wijst de vordering van de officier van justitie af.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Strafrecht Parketnummer ontneming: 01/845045-14 Datum uitspraak: 03 oktober 2016 Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [adresgegevens] . Onderzoek van de zaak: De vordering van de officier van justitie strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 46.791,78 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 juni 2016 en 19 september 2016.
De beoordeling De vordering is tijdig ingediend. Nu de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van hetgeen hem onder parketnummer 01/845045-14 feit 3 primair en subsidiair is tenlastegelegd (kortgezegd: het medeplegen van overtreding van artikel 3 Opiumwet danwel de medeplichtigheid hierbij), en de ontnemingsvordering is gebaseerd op de wederrechtelijk genoten inkomsten uit de bedoelde hennepkwekerij, zal de rechtbank de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen. DE UITSPRAAK Wijst de vordering van de officier van justitie af.
Dit vonnis is gewezen door: mr. E. Boersma, voorzitter, mr. S.J.W. Hermans en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. van Etteger-Lubbers, griffier, en is uitgesproken op 3 oktober 2016.