Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2020:4396 ECLI:NL:RBNNE:2020:4396 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2020:4396 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2020:4396
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Groningen zaaknummer / rolnummer: C/18/199873 / HA ZA 20-144 Vonnis in incident van 2 december 2020 in de zaak van de stichting STICHTING DE OMSLAG, gevestigd te Uithuizen, eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. E.Tj. van Dalen te Groningen, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OMMELAND BOUW B.V., gevestigd te Slochteren, gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 700 lid 1 Rv; ECLI:NL:RBNNE:2020:4396 · Rechtbank Noord-Nederland: De rechtbank is van oordeel dat de handelskamer van deze rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van de incidentele vordering omdat ingevolge artikel 700 lid 1 Rv slechts de voorzieningenrechter van de rechtbank absoluut bevoegd is tot kennisname van een beslagrekest. De rechtbank zal de zaak dan ook in zoverre in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de voorzieningenrechter van deze rechtbank. Dit betekent dat partijen kort na het wijzen van dit vonnis door de griffie van de voorzieningenrechter over het verdere verloop van de procedure zullen worden geïnformeerd. 2.3.

Keywords

AI generated
trade defence instruments commercial arbitration trade negotiations unlawful agreement market manipulation trading margin

Cited Legislation

AI generated
artikel 700 lid 1 Rv
De rechtbank is van oordeel dat de handelskamer van deze rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van de incidentele vordering omdat ingevolge artikel 700 lid 1 Rv slechts de voorzieningenrechter van de rechtbank absoluut bevoegd is tot kennisname van een beslagrekest.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Groningen zaaknummer / rolnummer: C/18/199873 / HA ZA 20-144 Vonnis in incident van 2 december 2020 in de zaak van de stichting STICHTING DE OMSLAG, gevestigd te Uithuizen, eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. E.Tj. van Dalen te Groningen, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OMMELAND BOUW B.V., gevestigd te Slochteren, gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr.

D.J. Kap te Groningen. Partijen zullen hierna De Omslag en Ommeland Bouw genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding; de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot het verlenen van verlof voor het leggen van conservatoir derdenbeslag onder debiteuren van De Omslag waaronder verzekeringsmaatschappijen en/of op banktegoeden; de incidentele conclusie van antwoord. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De beoordeling in het incident 2.1. De vordering van Ommeland Bouw strekt tot het verlenen van verlof voor het leggen van conservatoir derdenbeslag onder debiteuren van De Omslag waaronder verzekeringsmaatschappijen en/of op banktegoeden.De Omslag heeft verweer gevoerd. 2.2.

De rechtbank is van oordeel dat de handelskamer van deze rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van de incidentele vordering omdat ingevolge artikel 700 lid 1 Rv slechts de voorzieningenrechter van de rechtbank absoluut bevoegd is tot kennisname van een beslagrekest. De rechtbank zal de zaak dan ook in zoverre in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de voorzieningenrechter van deze rechtbank. Dit betekent dat partijen kort na het wijzen van dit vonnis door de griffie van de voorzieningenrechter over het verdere verloop van de procedure zullen worden geïnformeerd. 2.3.

De rechtbank wijst Ommeland Bouw er tot slot op dat zij voor de behandeling door de voorzieningenrechter (aanvullend) griffierecht is verschuldigd. 2.4. De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3De beslissing

De rechtbank in het incident 3.1. verstaat dat de handelskamer van deze rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van de incidentele vordering; 3.2. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de voorzieningenrechter van deze rechtbank; 3.3. bepaalt dat na verwijzing Ommeland Bouw een griffierecht verschuldigd is van € 656,00; 3.4. houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan; in de hoofdzaak 3.5. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 16 december 2020 voor beraad mondelinge behandeling. Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.B. Faber-Siermann en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2020. coll: js (319)