Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2020:4330 ECLI:NL:RBNNE:2020:4330 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2020:4330 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2020:4330
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Zaaknummer: C18/197914 / PR RK 20-103 beslissing van de meervoudige kamer van 17 april 2020 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van [naam] , wonende te [woonplaats] , verzoeker. 1Procesverloop Bij brief van 16 maart 2020 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking vande wrakingskamer in de procedure met nummer C/18/197043/PRRK 20-33. 2Overwegingen Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoeker zijn verzoek doet in de procedure met nummer C/18/197043/PRRK 20-33. De zaak waarin het verzoek tot wraking is gedaan is inmiddels geëindigd met een beslissing van 16 maart 2020. Dat betekent dat er op die datum, die ook de datum van het onderhavige wrakingsverzoek betreft, niet langer sprake was van “een rechter die de zaak behandelt” in de zin van artikel 36 Rv. Nu niet aan dit formele vereiste voor wraking is voldaan zal verzoeker in zijn verzoek niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36 Rv; ECLI:NL:RBNNE:2020:4330 · Rechtbank Noord-Nederland: 1Procesverloop Bij brief van 16 maart 2020 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking vande wrakingskamer in de procedure met nummer C/18/197043/PRRK 20-33. 2Overwegingen Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoeker zijn verzoek doet in de procedure met nummer C/18/197043/PRRK 20-33. De zaak waarin het verzoek tot wraking is gedaan is inmiddels geëindigd met een beslissing van 16 maart 2020. Dat betekent dat er op die datum, die ook de datum van het onderhavige wrakingsverzoek betreft, niet langer sprake was van “een rechter die de zaak behandelt” in de zin van artikel 36 Rv. Nu niet aan dit formele vereiste voor wraking is voldaan zal verzoeker in zijn verzoek niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan.

Keywords

AI generated
partial claim untimely request for extension reopening of proceedings late objection to debt enforcement pending proceedings party to proceedings

Cited Legislation

AI generated
artikel 36 Rv
Dat betekent dat er op die datum, die ook de datum van het onderhavige wrakingsverzoek betreft, niet langer sprake was van “een rechter die de zaak behandelt” in de zin van artikel 36 Rv.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Zaaknummer: C18/197914 / PR RK 20-103 beslissing van de meervoudige kamer van 17 april 2020 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van [naam] , wonende te [woonplaats] , verzoeker. 1Procesverloop Bij brief van 16 maart 2020 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking vande wrakingskamer in de procedure met nummer C/18/197043/PRRK 20-33. 2Overwegingen Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoeker zijn verzoek doet in de procedure met nummer C/18/197043/PRRK 20-33. De zaak waarin het verzoek tot wraking is gedaan is inmiddels geëindigd met een beslissing van 16 maart 2020. Dat betekent dat er op die datum, die ook de datum van het onderhavige wrakingsverzoek betreft, niet langer sprake was van “een rechter die de zaak behandelt” in de zin van artikel 36 Rv. Nu niet aan dit formele vereiste voor wraking is voldaan zal verzoeker in zijn verzoek niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan.

3. Beslissing De rechtbank: 3.1. verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking; 3.2. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker en aan de wrakingskamer. Deze beslissing is gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, W.P. Claus en L.T. de Jonge, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken door mr. W.P. Claus op 17 april 2020. coll: js (319)