Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2020:4039 ECLI:NL:RBNNE:2020:4039 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2020:4039 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2020:4039
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 20/569 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 13 februari 2020 digitaal beroep ingesteld bij de Rechtbank Noord-Holland tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 2 januari 2020 (het bestreden besluit). De rechtbank Noord-Holland heeft het beroep doorgezonden naar deze rechtbank op 20 februari 2020 om als beroep in behandeling te nemen. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBNNE:2020:4039 · Rechtbank Noord-Nederland: Procesverloop Eiser heeft op 13 februari 2020 digitaal beroep ingesteld bij de Rechtbank Noord-Holland tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 2 januari 2020 (het bestreden besluit). De rechtbank Noord-Holland heeft het beroep doorgezonden naar deze rechtbank op 20 februari 2020 om als beroep in behandeling te nemen. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
termination date timeliness of recusal request right to a decision restoration of deadline unjustified termination of employment dismissal during probation

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 6:6 van de Awb
Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 20/569 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 13 februari 2020 digitaal beroep ingesteld bij de Rechtbank Noord-Holland tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 2 januari 2020 (het bestreden besluit). De rechtbank Noord-Holland heeft het beroep doorgezonden naar deze rechtbank op 20 februari 2020 om als beroep in behandeling te nemen. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

3. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief van 24 februari 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. De rechtbank heeft eiser tevens verzocht het besluit waar eiser het niet mee eens is, dan wel een stuk waaruit van dit besluit blijkt te overleggen.

4. Eiser heeft binnen die termijn geen gronden ingediend.

5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 7 mei 2020 door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter (de rechter en griffier zijn buitenstaat de uitspraak te ondertekenen) Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.