ECLI:NL:RBNNE:2020:3207 · Rechtbank Noord-Nederland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Zaaknummer: C18/199094 / PR RK 20-160 beslissing van de meervoudige kamer van 29 mei 2020 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van [naam] , wonende te [woonplaats] , verzoekster. 1Procesverloop Bij brief van 27 mei 2020 heeft verzoekster een verzoek ingediend tot wraking in de procedure met nummer LEE 20/1333 WET T1, waarbij verzoekster als partij is betrokken. 2Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 8:15 e.v. Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.2.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBNNE:2020:3207 · Rechtbank Noord-Nederland: 1Procesverloop Bij brief van 27 mei 2020 heeft verzoekster een verzoek ingediend tot wraking in de procedure met nummer LEE 20/1333 WET T1, waarbij verzoekster als partij is betrokken. 2Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 8:15 e.v. Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.2.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Zaaknummer: C18/199094 / PR RK 20-160 beslissing van de meervoudige kamer van 29 mei 2020 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van [naam] , wonende te [woonplaats] , verzoekster. 1Procesverloop Bij brief van 27 mei 2020 heeft verzoekster een verzoek ingediend tot wraking in de procedure met nummer LEE 20/1333 WET T1, waarbij verzoekster als partij is betrokken. 2Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 8:15 e.v. Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.2.
Het wrakingsverzoek is gericht tegen een niet bij name genoemde rechter. 2.3. Het wrakingsverzoek voldoet daarmee niet aan de minimale vereisten die aan een dergelijk verzoek zijn te stellen. Het wrakingsverzoek zal daarom kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard en een mondelinge behandeling van dat verzoek kan daarom achterwege blijven. 3Beslissing De rechtbank: - verklaart het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk; - bepaalt dat de procedure met nummer LEE 20/1333 WET T1wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking; - beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster enaan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen.
Deze beslissing is gegeven door mrs. Th.A. Wiersma, voorzitter, A.M.A.M. Kager en A. Jongsma, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2020.