Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2018:4096 ECLI:NL:RBNNE:2018:4096 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2018:4096 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2018:4096
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 18/1700 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2018 in de zaak tussen [eiseres], te [woonplaats], eiseres, (gemachtigde: [gemachtigde]) en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder, (gemachtigde: [verweerder]) Procesverloop Het beroep is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 7 mei 2018 inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2016.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2018:4096 · Rechtbank Noord-Nederland: Eiseres is in beroep gekomen tegen de definitieve aanslag IB/PVV 2016 die is vastgesteld conform de voorlopige aanslag, met uitzondering van de verhoogde algemene heffingskorting. De algemene heffingskorting volgens de voorlopige aanslag bedraagt € 2.230,-, voor de definitieve aanslag bedraagt deze € 2.242,-. Omdat het verschil ad € 12 lager is dan de aanslaggrens van € 14 (zie art. 9.4, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001), heeft belanghebbende de verhoging van de algemene heffingskorting niet ontvangen. Hiertegen heeft belanghebbende op 22 juni 2017 bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is afgewezen. In de beroepsfase is verweerder eiseres tegemoetgekomen en heeft hij het bedrag van € 12 alsnog terugbetaald.

Keywords

AI generated
reduction of statutory salary increase reduction of fees action for price reduction extortion of excessive official fees excessive price reduction of insurance benefits

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 18/1700 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2018 in de zaak tussen [eiseres], te [woonplaats], eiseres, (gemachtigde: [gemachtigde]) en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder, (gemachtigde: [verweerder]) Procesverloop Het beroep is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 7 mei 2018 inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2016.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2018. De gemachtigde van eiseres, [gemachtigde], is verschenen. Namens verweerder is zijn gemachtigde verschenen, bijgestaan door [verweerder]. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten en onmiddellijk daarna de mondelinge uitspraak verdaagd voor de duur van 2 weken, onder aanzegging aan partijen van het tijdstip van de uitspraak. Beslissing De rechtbank verklaart: - het beroep niet-ontvankelijk; - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiseres te vergoeden; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 11,- Gronden 1.

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Eiseres is in beroep gekomen tegen de definitieve aanslag IB/PVV 2016 die is vastgesteld conform de voorlopige aanslag, met uitzondering van de verhoogde algemene heffingskorting. De algemene heffingskorting volgens de voorlopige aanslag bedraagt € 2.230,-, voor de definitieve aanslag bedraagt deze € 2.242,-. Omdat het verschil ad € 12 lager is dan de aanslaggrens van € 14 (zie art. 9.4, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001), heeft belanghebbende de verhoging van de algemene heffingskorting niet ontvangen. Hiertegen heeft belanghebbende op 22 juni 2017 bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is afgewezen. In de beroepsfase is verweerder eiseres tegemoetgekomen en heeft hij het bedrag van € 12 alsnog terugbetaald.

3. Doordat verweerder inmiddels geheel aan eiseres’ grief is tegemoetgekomen heeft eiseres geen belang meer bij haar beroep. Het beroep dient daarom wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk te worden verklaard. Dit volgt uit jurisprudentie van de Hoge Raad, zie in deze zin onder andere HR 8 september 2006, nr. 41568, ECLI:NL:HR:2006:AU4755 en HR 11 april 2014, nr. 13/01903, ECLI:NL:HR:2014:878.

4. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende omtrent het verzoek van eiseres om de uitspraak algemeen verbindend te verklaren. Eiseres verzoekt hier om, omdat ook vele andere belastingplichtigen in dezelfde situatie verkeren en er in haar visie dus sprake is van een principiële kwestie. Het algemeen verbindend verklaren van een uitspraak is echter niet mogelijk, omdat de rechtbank die bevoegdheid niet heeft. Een uitspraak geldt alleen tussen de betrokken partijen.

5. Op grond van het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Omdat eiseres wel een belang bij haar beroep had ten tijde van het instellen van het beroep veroordeelt de rechtbank verweerder in het vergoeden van het door eiseres betaalde griffierecht. Tevens ziet de rechtbank in die omstandigheid aanleiding tot een veroordeling in de proceskosten, bestaande uit de reiskosten van haar gemachtigde naar de zitting.

6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Deze uitspraak is op 23 oktober 2018 gedaan door mr. M. van den Bosch, rechter, in aanwezigheid van S. de Boer, griffier. Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt. De beslissing is op voormelde datum in het openbaar uitgesproken, evenals de rechtsmiddelenverwijzing. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.