ECLI:NL:RBNNE:2018:1971 · Rechtbank Noord-Nederland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen kenmerk : RK 18-262 parketnummer : 18/656327-06 beschikking van de meervoudige raadkamer d.d. 16 mei 2018 op de vordering van de officier van justitie, strekkende tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging lijfsdwang ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats], thans zonder bekende woon- of verblijfplaats, hierna te noemen: veroordeelde. Procesverloop Bij vonnis d.d. 3 mei 2007 van de politierechter in de toenmalige Rechtbank Assen, thans Rechtbank Noord-Nederland, is veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 17.381,12 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Legislator headnote
AI generatedartikel 577c van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:RBNNE:2018:1971 · Rechtbank Noord-Nederland: 16 mei 2018 op de vordering van de officier van justitie, strekkende tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging lijfsdwang ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats], thans zonder bekende woon- of verblijfplaats, hierna te noemen: veroordeelde. Procesverloop Bij vonnis d.d. 3 mei 2007 van de politierechter in de toenmalige Rechtbank Assen, thans Rechtbank Noord-Nederland, is veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 17.381,12 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen kenmerk : RK 18-262 parketnummer : 18/656327-06 beschikking van de meervoudige raadkamer d.d. 16 mei 2018 op de vordering van de officier van justitie, strekkende tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging lijfsdwang ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats], thans zonder bekende woon- of verblijfplaats, hierna te noemen: veroordeelde. Procesverloop Bij vonnis d.d. 3 mei 2007 van de politierechter in de toenmalige Rechtbank Assen, thans Rechtbank Noord-Nederland, is veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 17.381,12 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Bij vordering van 26 maart 2018 heeft de officier van justitie aangevoerd dat veroordeelde niet aan voornoemde betalingsverplichting heeft voldaan en dat volledig verhaal op het vermogen van veroordeelde niet mogelijk is gebleken, waarbij de officier van justitie bij de rechtbank een vordering heeft ingediend verlof te verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 120 dagen. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang alsmede van het strafdossier met het hierboven genoemde parketnummer.
De officier van justitie, mr. M. Kappeyne van de Coppello, is gehoord ter openbare terechtzitting van 16 mei 2018. Veroordeelde is, hoewel op de juiste wijze opgeroepen, niet verschenen. Motivering De officier van justitie heeft ter zitting gepersisteerd bij zijn vordering strekkende tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 120 dagen. De rechtbank stelt op grond van de stukken vast dat veroordeelde niet aan zijn betalings-verplichting heeft voldaan en dat volledig verhaal op het vermogen van veroordeelde niet mogelijk is gebleken.
Niet aannemelijk is geworden dat veroordeelde buiten staat is om aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De rechtbank zal op grond van bovenstaande de vordering van de officier van justitie toewijzen. Beslissing De rechtbank wijst de vordering tot verlening van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 120 dagen toe. Deze beschikking is gegeven door mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, mr. L.W. Janssen en mr. P.H.M. Tapper-Wessels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.W. Jeuring als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2018.