Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2018:1562 ECLI:NL:RBNNE:2018:1562 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2018:1562 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2018:1562
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden rekestnummer 17/675 beslissing van de meervoudige raadkamer d.d. 20 april 2018 op het beroep ex artikel 27 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie, ingesteld door [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [straatnaam], hierna: veroordeelde, raadsman mr. C. Eenhoorn, advocaat te Groningen. Procesverloop Op 12 september 2017 is namens veroordeelde bij akte beroep ingesteld tegen de op 24 juli 2017 genomen beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van een op 2 december 2010 door het Hof van Beroep te Antwerpen (België) opgelegde beslissing tot confiscatie van een bedrag van € 10.000.000,00.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2018:1562 · Rechtbank Noord-Nederland: a) onduidelijk is of de naar Belgisch recht opgelegde verbeurdverklaring moet worden gezien als de Nederlandse maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en b) veroordeelde het risico loopt dat hem in Nederland tot drie jaren lijfsdwang wordt opgelegd en dat dit een aanzienlijke verzwaring is vergeleken met executie in België.

Keywords

AI generated
payment of monetary claim european order for payment procedure periodic penalty payment pecuniary penalties forfeit money enforcement costs
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden rekestnummer 17/675 beslissing van de meervoudige raadkamer d.d. 20 april 2018 op het beroep ex artikel 27 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie, ingesteld door [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [straatnaam], hierna: veroordeelde, raadsman mr. C. Eenhoorn, advocaat te Groningen. Procesverloop Op 12 september 2017 is namens veroordeelde bij akte beroep ingesteld tegen de op 24 juli 2017 genomen beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van een op 2 december 2010 door het Hof van Beroep te Antwerpen (België) opgelegde beslissing tot confiscatie van een bedrag van € 10.000.000,00.

De raadsman en de officier van justitie hebben schriftelijk hun standpunten uiteengezet en diverse stukken ingebracht. De mondelinge behandeling heeft op 23 maart 2018 plaatsgevonden. Veroordeelde is niet verschenen; wel is verschenen zijn raadsman mr. C. Eenhoorn. Motivering 1. Het beroep is ingesteld op grond van artikel 27 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC). De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is de bevoegde instantie voor de behandeling van het beroep.

2. Het beroep is tijdig en juist ingesteld.

3. In de aanvulling van de beroepsgronden is namens veroordeelde -kort gezegd- gesteld dat: a.

a) onduidelijk is of de naar Belgisch recht opgelegde verbeurdverklaring moet worden gezien als de Nederlandse maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en b) veroordeelde het risico loopt dat hem in Nederland tot drie jaren lijfsdwang wordt opgelegd en dat dit een aanzienlijke verzwaring is vergeleken met executie in België.

4. Bij de behandeling van het beroep heeft de raadsman aangegeven dat er inmiddels duidelijkheid is verkregen over de hiervoor onder a) genoemde grond. De raadsman heeft daarbij verwezen naar een schriftelijke reactie van het openbaar ministerie. Uit deze reactie blijkt dat naar Belgisch recht verbeurdverklaring bij equivalent is opgelegd en dat dit gelijk kan worden gesteld met de Nederlandse ontnemingsmaatregel. De rechtbank begrijpt de raadsman zo dat hij dit verweer niet langer handhaaft. De raadsman heeft de hiervoor onder b) genoemde beroepsgrond gehandhaafd.

5. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

6. De rechtbank is van oordeel dat de (on)mogelijkheid van betaling van het opgelegde geldbedrag in dit stadium van de procedure geen rol speelt. Mocht de officier van justitie in het kader van het innen van het geldbedrag bepaalde dwangmiddelen inzetten dan kan de veroordeelde daartegen, op de bij de wet voorgeschreven wijze, opkomen.

7. De rechtbank is van oordeel dat er geen weigeringsgronden aanwezig zijn die de officier van justitie had moeten toepassen bij de beoordeling van het verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde opgelegde beslissing tot confiscatie. De rechtbank is voorts van oordeel dat de officier van justitie in redelijkheid heeft kunnen afzien van het gebruikmaken van een facultatieve weigeringsgrond en in redelijkheid tot haar beslissing tot erkenning heeft kunnen komen. De rechtbank zal dan ook het beroep ongegrond verklaren. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze beslissing is gewezen op 20 april 2018 door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. M. Haisma en mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier. Mr. Haisma is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.