Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2017:5045 ECLI:NL:RBNNE:2017:5045 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2017:5045 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2017:5045
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 17/4212 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 december 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , te [woonplaats 1] , verzoeker, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder (gemachtigde: S.S. Wiltjer-Rienstra). Procesverloop Bij besluit van 23 november 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Indicatie banenafspraak.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2017:5045 · Rechtbank Noord-Nederland: Wiltjer-Rienstra). Procesverloop Bij besluit van 23 november 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Indicatie banenafspraak.

Keywords

AI generated
breach of privacy right to be forgotten rights of landlord worthy of protection interest registration procedure infringement of personality rights

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2016:5830
De rechtbank overweegt daarbij dat niet vaststaat dat hetgeen de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft overwogen in zijn uitspraak van 21 september 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:5830, ten aanzien van het toelaten van de gemeente als partij in de procedure, juist is.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 17/4212 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 december 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , te [woonplaats 1] , verzoeker, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder (gemachtigde: S.S. Wiltjer-Rienstra). Procesverloop Bij besluit van 23 november 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Indicatie banenafspraak.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is behandeld op de zitting van 22 december 2017. Verzoeker is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na bespreking van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Overwegingen 1. Verzoeker stelt een spoedeisend belang te hebben bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat verweerder ten onrechte de gemeente [woonplaats 1] aanmerkt als belanghebbende bij de procedure, waardoor zijn privacy wordt geschonden.

Verzoeker vordert vanwege deze schending van de privacy van verweerder een schadevergoeding. Tevens wordt verzocht om opname in het doelgroepenregister en betaling van een dwangsom door verweerder voor iedere dag dat opname in het doelgroepenregister niet plaatsvindt.

2. Volgens vaste jurisprudentie is voor het treffen van een voorlopige voorziening slechts plaats indien sterke twijfel bestaat aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit en een zwaarwegend spoedeisend belang maakt dat het voor betrokkene onevenredig bezwaarlijk zou zijn de beslissing in de hoofdzaak te moeten afwachten.

3. Niet gebleken is dat het voor verzoeker onevenredig bezwaarlijk is om de beslissing op zijn bezwaarschrift af te wachten, waardoor de rechtbank van oordeel is dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Ook het verzoek om schadevergoeding levert naar het oordeel van de rechtbank geen spoedeisend belang op. Mocht de schending van de privacy al een spoedeisend belang opleveren dan ziet de rechtbank hierin geen aanleiding om over te gaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. De rechtbank overweegt daarbij dat niet vaststaat dat hetgeen de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft overwogen in zijn uitspraak van 21 september 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:5830, ten aanzien van het toelaten van de gemeente als partij in de procedure, juist is.

Daarnaast acht de rechtbank van belang dat door verweerder is aangegeven vooralsnog geen stukken aan de gemeente Vlagtwedde te sturen, hooguit de beslissing op het bezwaarschrift van verzoeker. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, De griffier De voorzieningenrechter, Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.