Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2017:4250 ECLI:NL:RBNNE:2017:4250 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2017:4250 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2017:4250
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 17/2804 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 augustus 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , te Emmen, verzoeker en de burgemeester van de gemeente Emmen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde 1] ). Procesverloop Bij besluit van 31 juli 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder bij last onder dwangsom bepaald dat de woning met het adres [adres] te Emmen voor de duur van drie maanden gesloten wordt.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2017:4250 · Rechtbank Noord-Nederland: In een dergelijk geval heeft verweerder op grond van artikel 13, eerste lid, van de Opiumwet de bevoegdheid om de woning te sluiten. Of aan verzoeker als kraker woonrecht toekomt, laat de voorzieningenrechter in het midden. Voor zover verzoeker wel woonrecht heeft, merkt de voorzieningenrechter op dat de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), heeft bepaald dat dit woonrecht geen absoluut recht is maar een relatief recht waarop uitzondering mogelijk is. Een sluiting omdat drugs is aangetroffen, is zo’n uitzondering.

Keywords

AI generated
substances subject to restriction exclusion from public establishments substance addiction closure of criminal inquiry narcotics investigation discharge of substances
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 17/2804 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 augustus 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , te Emmen, verzoeker en de burgemeester van de gemeente Emmen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde 1] ). Procesverloop Bij besluit van 31 juli 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder bij last onder dwangsom bepaald dat de woning met het adres [adres] te Emmen voor de duur van drie maanden gesloten wordt.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het geschil is behandeld op de zitting van 16 augustus 2017. Verzoeker is verschenen, vergezeld van getuige [getuige] . Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde en door [gemachtigde 2] . Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Overwegingen Het is niet in geschil dat in de woning verschillende soorten drugs zijn aangetroffen in grotere hoeveelheden dan die van een gebruiker.

In een dergelijk geval heeft verweerder op grond van artikel 13, eerste lid, van de Opiumwet de bevoegdheid om de woning te sluiten. Of aan verzoeker als kraker woonrecht toekomt, laat de voorzieningenrechter in het midden. Voor zover verzoeker wel woonrecht heeft, merkt de voorzieningenrechter op dat de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), heeft bepaald dat dit woonrecht geen absoluut recht is maar een relatief recht waarop uitzondering mogelijk is. Een sluiting omdat drugs is aangetroffen, is zo’n uitzondering.

Verweerder voert een beleid voor situaties als deze. Het is reeds meerdere malen bepaald dat dit beleid redelijk is. In dit geval heeft verweerder overeenkomstig het beleid gehandeld door de woning voor de duur van drie maanden te sluiten. Van een schrijnend geval, bijvoorbeeld een ernstige ziekte van een bewoner, is geen sprake. Aan de ene kant is de bewoner verantwoordelijk voor wat er in de woning gebeurt, aan de andere kant is het niet eenvoudig om snel een andere woning te vinden en te verhuizen. In deze zaak bepaalt de voorzieningenrechter dat de woning uiterlijk woensdag 23 augustus 2017 om 18.00 uur gesloten dient te zijn en vervolgens gesloten dient te blijven voor de duur van drie maanden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2017. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.