Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2017:3987 ECLI:NL:RBNNE:2017:3987 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2017:3987 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2017:3987
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18/830295-15 beslissing van de meervoudige kamer d.d. 20 oktober 2017 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in de zaak tegen [veroordeelde] , veroordeelde, geboren op [geboortedatum] 1953 te [geboorteplaats] , wonende te [straatnaam] , [woonplaats] . Procesverloop De officier van justitie heeft d.d. 25 april 2017 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 299.796,- ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/830295-15 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2017:3987 · Rechtbank Noord-Nederland: De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 6 oktober 2017. De verdachte, diens raadsvrouw, mr. A.R.H. Baas, en de officier van justitie zijn op de vordering gehoord. Beoordeling Ter terechtzitting van 6 oktober 2017 heeft de officier van justitie veroordeling gevorderd ter zake van het primair ten laste gelegde. De officier van justitie heeft tevens aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 299.796,- dient te worden toegewezen. De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gehandhaafd.

Keywords

AI generated
withdrawal of opposition withdrawal of criminal complaint right to a decision withdrawal of legal aid order of abandonment of proceedings public takeover bid
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18/830295-15 beslissing van de meervoudige kamer d.d. 20 oktober 2017 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in de zaak tegen [veroordeelde] , veroordeelde, geboren op [geboortedatum] 1953 te [geboorteplaats] , wonende te [straatnaam] , [woonplaats] . Procesverloop De officier van justitie heeft d.d. 25 april 2017 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 299.796,- ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/830295-15 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.

De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 6 oktober 2017. De verdachte, diens raadsvrouw, mr. A.R.H. Baas, en de officier van justitie zijn op de vordering gehoord. Beoordeling Ter terechtzitting van 6 oktober 2017 heeft de officier van justitie veroordeling gevorderd ter zake van het primair ten laste gelegde. De officier van justitie heeft tevens aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 299.796,- dient te worden toegewezen. De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gehandhaafd.

Indien door de rechtbank echter de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen, heeft de officier van justitie verzocht om de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil te stellen. De raadsvrouw van verdachte heeft betoogd dat rekening dient te worden gehouden met de draagkracht van verdachte. Nu de rechtbank bij vonnis van 20 oktober 2017 de vordering benadeelde partij van [bedrijf] tot een bedrag van € 299.796,- heeft toegewezen, zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen. Beslissing Wijst de vordering van de officier van justitie af.

Deze uitspraak is gegeven door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. J.V. Nolta en mr. M.B.W. Venema, rechters, bijgestaan door B.E. Oosterhout, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 oktober 2017. Mr. Venema is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.