Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2017:1870 ECLI:NL:RBNNE:2017:1870 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2017:1870 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2017:1870
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 17/1589 en LEE 17/1590 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 mei 2017 in de zaken tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Op 7 april 2017 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan in de zaken tussen verzoeker en verweerder met de procedurenummers LEE 17/1135 en LEE 17/1136. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Op 10 april 2017 heeft verzoeker digitaal verzocht om herziening van deze uitspraak. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:119 van de Awb, artikel 8:86 van de Awb; ECLI:NL:RBNNE:2017:1870 · Rechtbank Noord-Nederland: Procesverloop Op 7 april 2017 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan in de zaken tussen verzoeker en verweerder met de procedurenummers LEE 17/1135 en LEE 17/1136. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Op 10 april 2017 heeft verzoeker digitaal verzocht om herziening van deze uitspraak. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
reconsideration withdrawal of revision request reopening of proceedings amendment of the claim complexity of proceedings reinstatement of refugee status

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 8:119 van de Awb
De rechtbank overweegt dat het buitengewoon rechtsmiddel van herziening in de zin van artikel 8:119 van de Awb niet openstaat tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter, tenzij het een einduitspraak in de zin van artikel 8:86 van de Awb betreft (vgl.
artikel 8:86 van de Awb
De rechtbank overweegt dat het buitengewoon rechtsmiddel van herziening in de zin van artikel 8:119 van de Awb niet openstaat tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter, tenzij het een einduitspraak in de zin van artikel 8:86 van de Awb betreft (vgl.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 17/1589 en LEE 17/1590 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 mei 2017 in de zaken tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Op 7 april 2017 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan in de zaken tussen verzoeker en verweerder met de procedurenummers LEE 17/1135 en LEE 17/1136. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Op 10 april 2017 heeft verzoeker digitaal verzocht om herziening van deze uitspraak. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. De rechtbank heeft aanleiding gezien om met toepassing van voormelde bepaling het onderzoek in deze zaak te sluiten. Daartoe heeft de rechtbank het volgende overwogen. 3.1 In artikel 8:119, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak kan herzien op grond van de in dat lid genoemde feiten of omstandigheden. 3.2 Een verzoek tot herziening kan worden gedaan met betrekking tot een onherroepelijke einduitspraak van een bestuursrechter in de hoofdzaak. De rechtbank overweegt dat het buitengewoon rechtsmiddel van herziening in de zin van artikel 8:119 van de Awb niet openstaat tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter, tenzij het een einduitspraak in de zin van artikel 8:86 van de Awb betreft (vgl. Rechtbank 's-Gravenhage 26 maart 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7687 en Gerechtshof Den Haag, 23 juli 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2583).

Van een einduitspraak in de zin van artikel 8:86 van de Awb is in het onderhavige geval geen sprake. Voorts is de rechtbank van oordeel dat zich geen toepassingsgrond voordoet voor rectificatie van de eerdere uitspraak wegens een feitelijke onjuistheid of een kennelijke verschrijving (vgl. CRvB 13 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY3658). 3.3 Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om de verzoeken om herziening van de uitspraak met procedurenummers LEE 17/1135 en LEE 17/1136 niet-ontvankelijk te verklaren. Beslissing De rechtbank verklaart de verzoeken om herziening van de uitspraak met procedurenummers LEE 17/1135 en LEE 17/1136 niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Wentholt, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. van Loo, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2017. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.