Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2017:175 ECLI:NL:RBNNE:2017:175 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2017:175 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2017:175
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen zaaknummer: C18/173045 / PR RK 16-525 beslissing van de meervoudige kamer van 6 januari 2017 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van [naam], wonende te [woonplaats], verzoeker. 1Procesverloop Bij brief van 30 december 2016 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de rechter(s) in de procedure met nummer 5195026 CV EXPL 16-9648 (aanhangig bij deze rechtbank, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen) waarbij verzoeker als partij is betrokken. 2Overwegingen 2.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36 Rv; ECLI:NL:RBNNE:2017:175 · Rechtbank Noord-Nederland: 1Procesverloop Bij brief van 30 december 2016 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de rechter(s) in de procedure met nummer 5195026 CV EXPL 16-9648 (aanhangig bij deze rechtbank, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen) waarbij verzoeker als partij is betrokken. 2Overwegingen 2.1.

Keywords

AI generated
partial claim right to legal counsel violation of party rights party costs of attorney abusive claim by landlord lack of prosecutorial standing

Cited Legislation

AI generated
artikel 36 Rv
Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Cited Case Law

AI generated
NJ 1999/271
De wet voorziet echter niet in een door een partij gedaan verzoek om wraking van een rechter die geen bemoeienis heeft met de behandeling van de zaak, zie ook het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998 (NJ 1999/271).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen zaaknummer: C18/173045 / PR RK 16-525 beslissing van de meervoudige kamer van 6 januari 2017 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van [naam], wonende te [woonplaats], verzoeker. 1Procesverloop Bij brief van 30 december 2016 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de rechter(s) in de procedure met nummer 5195026 CV EXPL 16-9648 (aanhangig bij deze rechtbank, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen) waarbij verzoeker als partij is betrokken. 2Overwegingen 2.1.

Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.2. Het wrakingsverzoek bevat niet de naam c.q. namen van de behandelende rechter(s) in de zaak, waarin verzoeker de rechter(s) wraakt. Daaruit leidt de rechtbank af dat verzoeker kennelijk beoogt alle rechters van deze rechtbank te wraken. De wet voorziet echter niet in een door een partij gedaan verzoek om wraking van een rechter die geen bemoeienis heeft met de behandeling van de zaak, zie ook het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998 (NJ 1999/271). 2.3.

Omdat verzoeker voorts geen concrete feiten of omstandigheden aanvoert waaruit blijkt van vooringenomenheid van de rechter(s) in de procedure met zaaknummer 5195026 CV EXPL 16-9648, is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan daarom achterwege blijven. 3Beslissing De rechtbank: - verklaart het verzoek niet-ontvankelijk; - bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer 5195026 CV EXPL 16-9648) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking; - beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en aan de (gemachtigde van) Enexis B.V.

Deze beslissing is gegeven door mrs. Th.A. Wiersma, voorzitter, R.B.M. Keurentjes en P.J. Duinkerken, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2017. typ: 123