Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2016:5700 ECLI:NL:RBNNE:2016:5700 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2016:5700 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2016:5700
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen zaaknummer: C18/171672 / PR RK 16-445 beslissing van de meervoudige kamer van 15 november 2016 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van [naam] , wonende te [woonplaats] , verzoeker. 1Procesverloop Bij brief van 13 november 2016, ter griffie binnengekomen op 14 november 2016, heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de rechter(s) in de procedure met nummer C18/171512 / PR RK 16-437 waarbij verzoeker als partij was betrokken. 2Overwegingen 2.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36 Rv; ECLI:NL:RBNNE:2016:5700 · Rechtbank Noord-Nederland: 1Procesverloop Bij brief van 13 november 2016, ter griffie binnengekomen op 14 november 2016, heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de rechter(s) in de procedure met nummer C18/171512 / PR RK 16-437 waarbij verzoeker als partij was betrokken. 2Overwegingen 2.1.

Keywords

AI generated
inactivity after procedural stay termination of proceedings reopening of proceedings withdrawal of legal petition pending proceedings suspension of bankruptcy proceedings

Cited Legislation

AI generated
artikel 36 Rv
Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen zaaknummer: C18/171672 / PR RK 16-445 beslissing van de meervoudige kamer van 15 november 2016 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van [naam] , wonende te [woonplaats] , verzoeker. 1Procesverloop Bij brief van 13 november 2016, ter griffie binnengekomen op 14 november 2016, heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de rechter(s) in de procedure met nummer C18/171512 / PR RK 16-437 waarbij verzoeker als partij was betrokken. 2Overwegingen 2.1.

Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.2. De zaak, waarin het verzoek tot wraking is gedaan betrof eveneens een door verzoeker ingediend wrakingsverzoek. Op 10 november 2016 heeft de rechtbank daar uitspraak in gedaan. Die zaak is dus inmiddels geëindigd. Dat betekent dat er geen sprake meer van is dat een rechter de zaak nog behandelt in de zin van bovengenoemde bepaling.

Nu niet aan dit formele criterium voor wraking is voldaan, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet worden overgegaan. 3Beslissing De rechtbank: - verklaart het verzoek niet-ontvankelijk; - beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en aan mr. T.A. Wiersma, mr. R.B.M. Keurentjes en mr. E.M. Visser. Deze beslissing is gegeven door mrs. P.J. Duinkerken, voorzitter, M.W. de Jonge en P. Molema, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2016. typ: 123