ECLI:NL:RBNNE:2016:5699 · Rechtbank Noord-Nederland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen zaaknummer: C18/171512 / PR RK 16-437 beslissing van de meervoudige kamer van 10 november 2016 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van [naam], wonende te [woonplaats], verzoeker. 1Procesverloop Bij brief van 7 november 2016 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de rechter(s) in de procedure met nummer 5195026 CV EXPL 16-9648 (aanhangig bij deze rechtbank, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen) waarbij verzoeker als partij is betrokken. 2Overwegingen 2.1.
Legislator headnote
AI generatedartikel 36 Rv; ECLI:NL:RBNNE:2016:5699 · Rechtbank Noord-Nederland: 1Procesverloop Bij brief van 7 november 2016 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de rechter(s) in de procedure met nummer 5195026 CV EXPL 16-9648 (aanhangig bij deze rechtbank, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen) waarbij verzoeker als partij is betrokken. 2Overwegingen 2.1.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedCited Case Law
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen zaaknummer: C18/171512 / PR RK 16-437 beslissing van de meervoudige kamer van 10 november 2016 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van [naam], wonende te [woonplaats], verzoeker. 1Procesverloop Bij brief van 7 november 2016 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de rechter(s) in de procedure met nummer 5195026 CV EXPL 16-9648 (aanhangig bij deze rechtbank, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen) waarbij verzoeker als partij is betrokken. 2Overwegingen 2.1.
Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.2. Het wrakingsverzoek bevat niet de naam c.q. namen van de behandelende rechter(s) in de zaak, waarin verzoeker de rechter(s) wraakt. Daaruit leidt de rechtbank af dat verzoeker kennelijk beoogt alle rechters te wraken die mogelijkerwijs die zaak gaan behandelen. Dat is niet mogelijk, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998 (NJ 1999/271). 2.3.
Omdat verzoeker voorts geen concrete feiten of omstandigheden aanvoert waaruit blijkt van vooringenomenheid van de rechter(s) in de procedure met zaaknummer 5195026 CV EXPL 16-9648, dient het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk te worden verklaard. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan daarom achterwege blijven. 3Beslissing De rechtbank: verklaart het verzoek niet-ontvankelijk; bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer 5195026 CV EXPL 16-9648) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking; beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en aan de (gemachtigde van) Enexis B.V.
Deze beslissing is gegeven door mrs. T.A. Wiersma, voorzitter, R.B.M. Keurentjes en E.M. Visser, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2016. typ: 692