ECLI:NL:RBNNE:2016:5519 · Rechtbank Noord-Nederland
Legislator summary
AI generatedbeslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Locatie Groningen MEERVOUDIGE KAMER Zaaknummer / rolnummer: C18/167243/PR RK 16-206 Beslissing van 30 mei 2016 Beslissing op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van [A] , wonende te [woonplaats],[B], wonende te [woonplaats], verzoekers. 1Procesverloop Bij brief van 23 mei 2016, hebben verzoekers een verzoek tot wraking gedaan van mr. B. van den Bosch, rechter in deze rechtbank.
Legislator headnote
AI generatedArtikel 36 Rv, artikel 37 lid 3 Rv, artikel 37 lid 4 Rv; ECLI:NL:RBNNE:2016:5519 · Rechtbank Noord-Nederland: 1Procesverloop Bij brief van 23 mei 2016, hebben verzoekers een verzoek tot wraking gedaan van mr. B. van den Bosch, rechter in deze rechtbank.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
beslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Locatie Groningen MEERVOUDIGE KAMER Zaaknummer / rolnummer: C18/167243/PR RK 16-206 Beslissing van 30 mei 2016 Beslissing op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van [A] , wonende te [woonplaats],[B], wonende te [woonplaats], verzoekers. 1Procesverloop Bij brief van 23 mei 2016, hebben verzoekers een verzoek tot wraking gedaan van mr. B. van den Bosch, rechter in deze rechtbank.
2De beoordeling
Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoekers hun verzoek doen in de procedure met registratienummer 4577491/CV EXPL 15-14988. Artikel 36 Rv luidt: Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat verzoekers eerder een nagenoeg identiek wrakingsverzoek tegen mr. B. van den Bosch hebben ingediend in voornoemde procedure. Nu de rechtbank op 20 mei 2016 op dit eerdere wrakingsverzoek heeft beslist, kunnen verzoekers niet nogmaals dezelfde gronden gebruiken voor een opvolgend verzoek.
Ten aanzien van de nieuw aangevoerde feiten en omstandigheden overweegt de wrakingskamer als volgt. Deze gronden die volgens verzoeker leiden tot vooringenomenheid dan wel partijdigheid van mr. B. van den Bosch waren reeds bij verzoekers bekend ten tijde van het eerste wrakingsverzoek tegen mr. B. van den Bosch. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verzoekers niet hebben voldaan aan het bepaalde in artikel 37 lid 3 Rv. Dit artikel schrijft voor dat alle feiten en omstandigheden tegelijk voorgedragen moeten worden. Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank op basis van artikel 37 lid 4 Rv dit wrakingsverzoek niet in behandeling nemen.
Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan.
3. Beslissing De rechtbank: 3.1. neemt het wrakingsverzoek niet in behandeling; 3.2. bepaalt dat de zaak (met zaaknummer 4577491 CV EXPL 15-14988) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking; 3.3. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoekers, mr. B. van den Bosch en Flanderijn en Bouwman Gerechtsdeurwaarders; Deze beslissing is gegeven door mr. M.W. de Jonge, voorzitter, en mrs. P. Molema en Th.A. Wiersma, leden, in tegenwoordigheid griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2016. typ: kb