Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2016:4397 ECLI:NL:RBNNE:2016:4397 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2016:4397 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2016:4397
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beschikking RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Groningen zaaknummer / rekestnummer: C/18/166382 / HA RK 16-91 Beschikking van 3 oktober 2016 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [plaats] , verzoeker, advocaat mr. Y. Moszkowicz, die kantoor houdt in Utrecht, tegen 1 [verweerster sub 1] , wonende te [plaats] , 2. [verweerder sub 2], wonende te [plaats] , 3. vennootschap onder firma RAAF, gevestigd te [plaats] , verweerders, advocaat mr. M. Teunissen, die kantoor houdt in Amsterdam.

Legislator headnote

AI generated

art. 3:303 BW; ECLI:NL:RBNNE:2016:4397 · Rechtbank Noord-Nederland: De rechtbank is van oordeel dat een voldoende belang in de zin van art. 3:303 BW bij het horen van de nog niet voorgebrachte personen als getuige, niet meer kan worden aangenomen. Daarvoor is redengevend dat inmiddels "integraal kennis is genomen van de televisieserie", zoals mr. Moszkowicz het zelf verwoordt. Het verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor en de op dat verzoek gebaseerde beschikking, is gegrond op de omstandigheid dat mr. Moszkowicz door het horen van getuigen duidelijkheid wilde krijgen over de wijze waarop zijn cliënt in de televisieserie wordt geportretteerd, terwijl hij niet anders dan hoor het horen van getuigen daarop zicht kon krijgen.

Keywords

AI generated
public access to proceedings postponement of trial implausible testimony media law default of appearance closure of criminal inquiry

Cited Legislation

AI generated
art. 3:303 BW
De rechtbank is van oordeel dat een voldoende belang in de zin van art. 3:303 BW bij het horen van de nog niet voorgebrachte personen als getuige, niet meer kan worden aangenomen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beschikking RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Groningen zaaknummer / rekestnummer: C/18/166382 / HA RK 16-91 Beschikking van 3 oktober 2016 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [plaats] , verzoeker, advocaat mr. Y. Moszkowicz, die kantoor houdt in Utrecht, tegen 1 [verweerster sub 1] , wonende te [plaats] , 2. [verweerder sub 2], wonende te [plaats] , 3. vennootschap onder firma RAAF, gevestigd te [plaats] , verweerders, advocaat mr. M. Teunissen, die kantoor houdt in Amsterdam.

1De procedure

Bij beschikking van 17 juni 2016 heeft de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor bevolen van de in die beschikking genoemde personen. Op 23 en 30 september 2016 zijn getuigen voorgebracht. Thans zijn nog niet alle in de beschikking genoemde personen door de rechtbank als getuige gehoord. Op 26 september 2016 zijn ter griffie brieven ingekomen van de advocaten van partijen. In haar brief verzoekt mr. Teunissen, op grond van de in die brief genoemde feiten en omstandigheden, het getuigenverhoor te sluiten. Mr. Moszkowicz heeft in zijn brief dat verzoek bestreden. Tijdens het getuigenverhoor dat is afgenomen op 30 september 2016, zijn het verzoek en het daartegen gerichte verweer aan de orde gekomen en is aangekondigd dat de rechtbank daarop bij beschikking zal beslissen.

2Het geschil en de beoordeling daarvan

Mr. Teunissen heeft de rechtbank verzocht, samengevat weergegeven, het voorlopig getuigenverhoor te sluiten, op grond van een wijziging van omstandigheden die met zich brengt dat geen belang meer rest bij het horen van de nog niet als getuige gehoorde personen. Het verhoor strekt ertoe, aldus mr. Teunissen, door het horen van getuigen vast te stellen dat een door mr. Moskowicz gestelde inbreuk op het auteursrecht en de eer en goede naam van zijn cliënt plaatsvindt met het uitzenden van de televisieserie "De Maatschap". Mr. Teunissen stelt dat op 23 september 2016 uitzending van de televisieserie heeft plaatsgevonden, tijdens het Nederlands Filmfestival en dat mr.

Moszkovicz en zijn cliënt zijn uitgenodigd de serie daar te bekijken en dat van deze uitnodiging gebruik is gemaakt. Mr. Moszkowicz heeft het verzoek tot het sluiten van het getuigenverhoor bestreden. Daartoe heeft hij aangevoerd, samengevat weergegeven, dat weliswaar integraal kennis is genomen van de televisieserie, maar dat belang blijft bestaan bij het horen van getuigen. Mr. Moszkovicz stelt dat hij getuigen wil bevragen over de inhoud van de indrukmakende scenes en de totstandkoming daarvan. Daartoe wil hij vragen kunnen stellen over de inhoud van de serie, omdat zijn cliënt niet beschikt over een afschrift van de serie.

De rechtbank is van oordeel dat een voldoende belang in de zin van art. 3:303 BW bij het horen van de nog niet voorgebrachte personen als getuige, niet meer kan worden aangenomen. Daarvoor is redengevend dat inmiddels "integraal kennis is genomen van de televisieserie", zoals mr. Moszkowicz het zelf verwoordt. Het verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor en de op dat verzoek gebaseerde beschikking, is gegrond op de omstandigheid dat mr. Moszkowicz door het horen van getuigen duidelijkheid wilde krijgen over de wijze waarop zijn cliënt in de televisieserie wordt geportretteerd, terwijl hij niet anders dan hoor het horen van getuigen daarop zicht kon krijgen.

Die omstandigheid doet zich inmiddels niet meer voor. Een en ander betekent dat het getuigenverhoor zal worden gesloten.

3De beslissing

De rechtbank - sluit het op het 17 juni 2016 bevolen voorlopig getuigenverhoor. Deze beschikking is gegeven door de mrs. B.R. Tromp, M.A.B. Faber-Siermann en S. Dijkstra en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2016.