Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2015:673 ECLI:NL:RBNNE:2015:673 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2015:673 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2015:673
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 13/2233 uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 19 februari 2015 in de zaak tussen [X] ([X]), te [woonplaats], en de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Leeuwarden, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde]). Procesverloop Verweerder heeft voor het jaar 2007 aan [Z] Holdings Ltd een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Bij brief van 5 januari 2012 heeft [A] namens [Z] Holdings Ltd bezwaar gemaakt tegen deze aanslag. Bij uitspraak op bezwaar van 2 juli 2013, gericht aan [A], heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. [B] ([B]), daartoe gemachtigd door [X], heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2015:673 · Rechtbank Noord-Nederland: Procesverloop Verweerder heeft voor het jaar 2007 aan [Z] Holdings Ltd een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Bij brief van 5 januari 2012 heeft [A] namens [Z] Holdings Ltd bezwaar gemaakt tegen deze aanslag. Bij uitspraak op bezwaar van 2 juli 2013, gericht aan [A], heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. [B] ([B]), daartoe gemachtigd door [X], heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

Keywords

AI generated
lack of shareholder standing company in difficulties gestor without mandate legal capacity to act forfeiture of shareholder rights exclusion of shareholder
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 13/2233 uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 19 februari 2015 in de zaak tussen [X] ([X]), te [woonplaats], en de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Leeuwarden, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde]). Procesverloop Verweerder heeft voor het jaar 2007 aan [Z] Holdings Ltd een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Bij brief van 5 januari 2012 heeft [A] namens [Z] Holdings Ltd bezwaar gemaakt tegen deze aanslag. Bij uitspraak op bezwaar van 2 juli 2013, gericht aan [A], heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. [B] ([B]), daartoe gemachtigd door [X], heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Bij brief van 22 januari 2014 heeft [C] ([C]) zich gesteld als [X] gemachtigde. [C] heeft vóór de zitting nadere stukken en een pleitnota ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2014. [X] heeft zich laten vertegenwoordigen door [C]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam] en [naam]. Overwegingen 1. Uit het procesverloop volgt dat [A] namens [Z] Holdings Ltd bezwaar heeft gemaakt en dat verweerder de uitspraak op bezwaar heeft gericht aan [A].

De rechtbank leidt hieruit af dat verweerder ten name van [Z] Holdings Ltd uitspraak op bezwaar heeft gedaan. 2. [X] heeft namens [Z] Holdings Ltd, die in 2010 is opgehouden te bestaan, door [B] beroep laten instellen tegen deze uitspraak op bezwaar. Uit de stukken van het geding kan echter niet worden opgemaakt dat [X] daartoe door [Z] Holdings Ltd, haar (voormalige) bestuurders, haar rechtsopvolgers dan wel haar zaakwaarnemers gemachtigd was. Bovendien heeft [C] ter zitting zelf gesteld dat [X] niet is gevolmachtigd tot het (laten) instellen van dit beroep.

De rechtbank concludeert daarom dat het beroep onbevoegdelijk is ingesteld. Gesteld noch gebleken is dat [X] de bedoeling heeft om voor zichzelf in beroep te komen.

3. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.B.A. Brummer, voorzitter, mr. J.W. Keuning en mr. A. Heidekamp, leden, in aanwezigheid van mr. M. Hiemstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2015. w.g. griffier w.g. voorzitter Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. fn 17