ECLI:NL:RBNNE:2015:2193 · Rechtbank Noord-Nederland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/720072-13 beslissing van de meervoudige kamer d.d. 1 mei 2015 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in de zaak tegen [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [woonadres]. Procesverloop De officier van justitie heeft op 17 maart 2015 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde persoon de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 111.926,-- ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/720072-13 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBNNE:2015:2193 · Rechtbank Noord-Nederland: De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 21 april 2015. Beraadslaging De rechtbank heeft bij vonnis van 1 mei 2015 in de strafzaak tegen verdachte bepaald dat het onderzoek ter terechtzitting dient te worden hervat omdat er nader onderzoek door de politie dient te worden verricht. De rechtbank heeft derhalve bepaald dat het onderzoek ter terechtzitting in de hoofdzaak zal moeten worden hervat op een nader te bepalen dag en uur. De rechtbank is van oordeel dat wanneer er nog geen vonnis ten aanzien van de strafbare feiten is gewezen geen beslissing kan worden genomen op de vordering wederrechtelijk verkregen voordeel.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/720072-13 beslissing van de meervoudige kamer d.d. 1 mei 2015 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in de zaak tegen [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [woonadres]. Procesverloop De officier van justitie heeft op 17 maart 2015 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde persoon de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 111.926,-- ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/720072-13 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 21 april 2015. Beraadslaging De rechtbank heeft bij vonnis van 1 mei 2015 in de strafzaak tegen verdachte bepaald dat het onderzoek ter terechtzitting dient te worden hervat omdat er nader onderzoek door de politie dient te worden verricht. De rechtbank heeft derhalve bepaald dat het onderzoek ter terechtzitting in de hoofdzaak zal moeten worden hervat op een nader te bepalen dag en uur. De rechtbank is van oordeel dat wanneer er nog geen vonnis ten aanzien van de strafbare feiten is gewezen geen beslissing kan worden genomen op de vordering wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank zal derhalve beslissen dat het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat. Beslissing De rechtbank beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat op een nader te bepalen dag en uur. Deze uitspraak is gegeven door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. I.M. Dölle en mr. Th.A. Wiersma, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 mei 2015. w.g. Dölle VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT Dölle de griffier van de rechtbank Noord-Nederland, Wiersma locatie Leeuwarden, Zandstra-Alkema