Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2014:627 ECLI:NL:RBNNE:2014:627 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2014:627 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2014:627
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Bestuursrecht locatie Assen zaaknummer: AWB 14/2 uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 februari 2014 in de zaak tussen [verzoekers] , te Coevorden, verzoekers (gemachtigde: mr. A. Kamphuis) en het college van burgemeester en wethouders van Coevorden, verweerder (gemachtigden: M. Pothof en S. Brouwer). Procesverloop Op 17 december 2013 heeft verweerder een verkeersbesluit (het bestreden besluit) genomen. Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens hebben verzoekers op 9 januari 2014 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2014:627 · Rechtbank Noord-Nederland: Het geschil is, tegelijk met het verzoek onder nummer AWB 13/952, behandeld op de zitting van 3 februari 2014. Namens verzoekers is gemachtigde Kamphuis verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Keywords

AI generated
adverse effect on competition core zone parking area pedestrian zone zoning restrictions commercial zone
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Bestuursrecht locatie Assen zaaknummer: AWB 14/2 uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 februari 2014 in de zaak tussen [verzoekers] , te Coevorden, verzoekers (gemachtigde: mr. A. Kamphuis) en het college van burgemeester en wethouders van Coevorden, verweerder (gemachtigden: M. Pothof en S. Brouwer). Procesverloop Op 17 december 2013 heeft verweerder een verkeersbesluit (het bestreden besluit) genomen. Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens hebben verzoekers op 9 januari 2014 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het geschil is, tegelijk met het verzoek onder nummer AWB 13/952, behandeld op de zitting van 3 februari 2014. Namens verzoekers is gemachtigde Kamphuis verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Gesteld voor de vraag of aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen, overweegt de voorzieningenrechter het volgende. 2.1. Indien van enig spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening voorafgaand aan de beslissing in de hoofdzaak geen sprake is, is daarin een grond gelegen om het verzoek om een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder onder meer een bepaald deel van het winkelgebied van Coevorden aangewezen als parkeerschijfzone en aan een deel van deze zone een parkeerduurbeperking van maximaal twee uur toegekend. 2.3.

Verzoekers vrezen dat het bestreden besluit zal leiden tot een substantiële verzwakking van de concurrentiepositie van het winkelcentrum van Coevorden ten opzichte van omliggende kernen. Daartoe stellen verzoekers dat door het bestreden besluit de parkeermogelijkheden in Coevorden zullen verslechteren waardoor er minder bezoekers naar Coevorden zullen komen, omdat de thans bestaande goede parkeermogelijkheden een belangrijke reden voor bezoekers is gebleken om Coevorden te bezoeken. Verzoekers stellen dat een groot belang bestaat bij het gastvrij houden van Coevorden en derhalve bij het niet effectueren van het bestreden besluit. 2.4.

De voorzieningenrechter overweegt dat door verzoekers niet aannemelijk is gemaakt en ook overigens niet gebleken is dat het bestreden besluit thans al heeft geleid tot negatieve effecten die om een directe oplossing vragen. De voorzieningenrechter ziet daardoor geen aanleiding om te concluderen dat verzoekers de behandeling van hun beroep door de rechtbank niet kunnen afwachten. 2.5. Nu het spoedeisend belang ontbreekt, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek daartoe wordt dan ook afgewezen.

3. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Mulder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.T.M. van der Lelie als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2014. De griffier, De voorzieningenrechter Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Afschrift verzonden op: