Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2014:5909 ECLI:NL:RBNNE:2014:5909 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2014:5909 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2014:5909
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18/650051-12 (vordering tot ontneming) beslissing van de meervoudige kamer d.d. 27 november 2014 op een vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], [woonadres]. Procesverloop De officier van justitie heeft d.d. 27 augustus 2013 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 38.447,50 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBNNE:2014:5909 · Rechtbank Noord-Nederland: De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 13 november 2014. De verdachte, diens raadsman, mr. O.G. Schuur, en de officier van justitie zijn op de vordering gehoord. Beoordeling Bij vonnis van 27 november 2014 is verdachte vrijgesproken van het feit waarop de officier van justitie haar vordering heeft gebaseerd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden afgewezen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Keywords

AI generated
intent of unlawful enrichment claim to profit forfeiture of crime proceeds forfeit money cost recovery repentance

Cited Legislation

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
27 november 2014 op een vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], [woonadres].
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18/650051-12 (vordering tot ontneming) beslissing van de meervoudige kamer d.d. 27 november 2014 op een vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], [woonadres]. Procesverloop De officier van justitie heeft d.d. 27 augustus 2013 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 38.447,50 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 13 november 2014. De verdachte, diens raadsman, mr. O.G. Schuur, en de officier van justitie zijn op de vordering gehoord. Beoordeling Bij vonnis van 27 november 2014 is verdachte vrijgesproken van het feit waarop de officier van justitie haar vordering heeft gebaseerd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden afgewezen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING De rechtbank - Wijst de vordering van de officier van justitie af. Dit vonnis is gewezen door mrs. H.L. Stuiver, voorzitter, A. Fokkema en P.H.M. Smeets rechters, bijgestaan door J.H. van Scharrenburg, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 november 2014