Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNNE:2014:4564 ECLI:NL:RBNNE:2014:4564 AI generated

ECLI:NL:RBNNE:2014:4564 · Rechtbank Noord-Nederland

Case Number ECLI:NL:RBNNE:2014:4564
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Locatie Groningen MEERVOUDIGE KAMER Zaaknummer / rolnummer: C18/150312/PR RK 14-281 Beslissing van 15 augustus 2014 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van [verzoeker] , wonende te [woonplaats], verzoeker. 1Procesverloop Bij brief van 5 augustus 2014, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 6 augustus 2014, heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. J.V. Nolta, rechter in de afdeling strafrecht van deze rechtbank, in de strafzaak met parketnummer 18/125890-13, waarbij verzoeker als verdachte was betrokken.

Legislator headnote

AI generated

artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, Artikel 512 Sv; ECLI:NL:RBNNE:2014:4564 · Rechtbank Noord-Nederland: 1Procesverloop Bij brief van 5 augustus 2014, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 6 augustus 2014, heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. J.V. Nolta, rechter in de afdeling strafrecht van deze rechtbank, in de strafzaak met parketnummer 18/125890-13, waarbij verzoeker als verdachte was betrokken.

Keywords

AI generated
non-renewal of contract untimely request for extension time limits for seeking redress withdrawal of legal petition termination of proceedings expiry of time limit

Cited Legislation

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering
beslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Locatie Groningen MEERVOUDIGE KAMER Zaaknummer / rolnummer: C18/150312/PR RK 14-281 Beslissing van 15 augustus 2014 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van [verzoeker] , wonende te [woonplaats], verzoeker.
Artikel 512 Sv
Artikel 512 Sv luidt: Op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Locatie Groningen MEERVOUDIGE KAMER Zaaknummer / rolnummer: C18/150312/PR RK 14-281 Beslissing van 15 augustus 2014 op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van [verzoeker] , wonende te [woonplaats], verzoeker. 1Procesverloop Bij brief van 5 augustus 2014, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 6 augustus 2014, heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. J.V. Nolta, rechter in de afdeling strafrecht van deze rechtbank, in de strafzaak met parketnummer 18/125890-13, waarbij verzoeker als verdachte was betrokken.

2De beoordeling

Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoeker wraakt in de procedure met parketnummer 18/125890-13. Artikel 512 Sv luidt: Op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De zaak, waarin het verzoek tot wraking is gedaan, is inmiddels geëindigd met een uitspraak op 30 september 2013. Dat betekent dat er niet langer sprake is van “ een rechter die de zaak behandelt “ in de zin van bovengenoemde bepaling. Nu niet aan dit formele vereiste voor wraking is voldaan zal klager in zijn verzoek niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan.

3. Beslissing De rechtbank: 3.1. verklaart klager niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking; 3.2. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker en aan mr. J.V. Nolta. Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.AM. Dijkers, voorzitter en mrs. L.H.A.M. Voncken en M.W. de Jonge, leden, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2014.