Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2026:5571 ECLI:NL:RBNHO:2026:5571 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2026:5571 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2026:5571
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem zaak/rolnr.: 12159407 \ CV EXPL 26-1916 datum uitspraak: 29 april 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de stichting Stichting Ymere te Amsterdam eiseres hierna te noemen: Ymere gemachtigde mr. D. Bernard (Van der Hoeden / Mulder) tegen 1 [gedaagde 1] 2. [gedaagde 2] beiden wonenden te [plaats] gedaagden hierna te noemen: [gedaagden] procederend in persoon 1De procedure 1.1. Ymere heeft [gedaagden] gedagvaard op 23 maart 2026. [gedaagden] heeft mondeling geantwoord.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2026:5571 · Rechtbank Noord-Holland: Ambtshalve toetsing van de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden 4.1. Gelet op de hoogte van de huur bij aanvang van de huurovereenkomst is sprake van sociale huur. In de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard. 4.2. Omdat het hier gaat om een professionele verhuurder en een consument-huurder, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument (in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn)).

Keywords

AI generated
rent arrears housing costs payment by instalments costs of late payment landlord's rent increase reduction of rent

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem zaak/rolnr.: 12159407 \ CV EXPL 26-1916 datum uitspraak: 29 april 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de stichting Stichting Ymere te Amsterdam eiseres hierna te noemen: Ymere gemachtigde mr. D. Bernard (Van der Hoeden / Mulder) tegen 1 [gedaagde 1] 2. [gedaagde 2] beiden wonenden te [plaats] gedaagden hierna te noemen: [gedaagden] procederend in persoon 1De procedure 1.1. Ymere heeft [gedaagden] gedagvaard op 23 maart 2026. [gedaagden] heeft mondeling geantwoord.

Op 16 april 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij aanwezig waren mr. D. Bernhard namens Ymere en [gedaagden]. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen naar voren hebben gebracht. Vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.1. [gedaagden] huurt van Ymere de woonruimte aan het adres [adres] te ([postcode]) te [plaats] tegen een maandelijkse huurprijs van € 724,91, bij vooruitbetaling te voldoen. 2.2. [gedaagden] heeft ondanks aanmaning niet alle huurtermijnen voldaan. Per 23 maart 2026 had [gedaagden] een huurachterstand van € 5.560,30. 3Het geschil 3.1.

Ymere vordert ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de aan [gedaagden] verhuurde woonruimte, ontruiming van het gehuurde en veroordeling van [gedaagden] tot betaling van de huurachterstand tot en met maart 2026, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente, een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten. 3.2. Ymere legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagden] tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. 3.3. [gedaagden] erkent de huurachterstand.

Hij voert verder aan de gemeente helpt met het betalen van de rekeningen.

4De beoordeling

Ambtshalve toetsing van de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden 4.1. Gelet op de hoogte van de huur bij aanvang van de huurovereenkomst is sprake van sociale huur. In de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard. 4.2. Omdat het hier gaat om een professionele verhuurder en een consument-huurder, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument (in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn)).

Dit kan immers gevolgen hebben voor (de hoogte van) de vordering. Artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is. 4.3. Bedingen waaraan de huurder gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de huurder op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoren in het nadeel van de huurder. Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten.

Of de verhuurder de huurder ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de verhuurder niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp. 4.4. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het huurprijswijzigingsbeding getoetst en dit niet oneerlijk bevonden. De huurovereenkomst wordt onder opschortende voorwaarde ontbonden 4.5. De huurachterstand tot en met maart 2026 bedraagt € 5.680,76 (€ 9.225,87 huurachterstand + € 120,46 incassokosten -/- € 3.665,57 aan deelbetalingen). [gedaagden] erkent de verschuldigdheid hiervan.

Daarnaast is [gedaagden] rente en proceskosten verschuldigd. De proceskosten bedragen € 1.577,10 bestaande uit € 154,10 voor de dagvaarding, € 559,00 aan griffierecht, € 720,00 voor salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten. De totale vordering bedraagt € 7.257,86. 4.6. Partijen zijn ter zitting het volgende overeengekomen. De huurovereenkomst zal onder opschortende voorwaarde worden ontbonden. Dit betekent dat [gedaagden] nog een kans krijgt om de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woonruimte te voorkomen door de volgende regeling na te komen: [gedaagden] betaalt aan Ymere € 7.257,86, te voldoen in maandelijkse termijnen van € 300,00.

De eerste termijn moet uiterlijk betaald zijn op 1 juni 2026 en de verdere termijnen moeten voor iedere eerste van de maand worden betaald. De aflossingen moeten worden overgemaakt aan de gemachtigde van Ymere op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [bedrijf] gerechtsdeurwaarders en juristen onder vermelding van dossiernummer [nummer]; de lopende huurtermijnen van € 724,91 moeten steeds tijdig, telkens uiterlijk voor de eerste van de maand waarop de huur betrekking heeft, worden betaald op het gebruikelijke bankrekeningnummer van Ymere; als [gedaagden] de regeling niet op tijd of anderszins niet volledig nakomt of de lopende huur niet op tijd of niet volledig is betaald, is de opschortende voorwaarde vervuld.

Het (restant van het) bedrag van € 7.257,86 is dan direct opeisbaar en de huurovereenkomst is dan per direct ontbonden. In dat geval dient [gedaagden] de woonruimte te ontruimen met alle zich daarin bevindende personen en goederen, voor zover deze goederen niet eigendom van Ymere zijn, te verlaten en met afgifte van de sleutels ter volledige en vrije beschikking van Ymere te stellen. 4.7. Gelet op de ingrijpende gevolgen voor [gedaagden] wordt de ontruimingstermijn gesteld op één maand na betekening van dit vonnis. 4.8. De vordering zal overeenkomstig het voorgaande worden toegewezen.

5De beslissing

De kantonrechter: 5.1. ontbindt de huurovereenkomst onder de opschortende voorwaarde dat [gedaagden] de regeling (zoals weergegeven onder r.o. 4.6) niet op tijd of anderszins niet volledig nakomt of de lopende huur niet op tijd of niet volledig is betaald; 5.2. veroordeelt [gedaagden] voor het geval dat de in nr. 5.1 bedoelde opschortende voorwaarde is vervuldom binnen één maand na betekening van dit vonnis de woonruimte aan het adres [adres] ([postcode]) te [plaats] te ontruimen en leeg op te leveren en de sleutels over te dragen aan Ymere; 5.3. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, om aan Ymere te betalen € 7.257,86, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2026 over € 5.560,30 in hoofdsom althans , na ontvangen betalingen, over het gedeelte van de nog openstaande hoofdsom, tot de dag van de volledige betaling; 5.4. veroordeelt [gedaagden] daarnaast hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, om aan Ymere te betalen € 724,91 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagden] de woonruimte in gebruik houdt nadat de huurovereenkomst definitief is ontbonden; 5.5. bepaalt dat wat na 16 april 2026 aan Ymere is voldaan op de hiervoor genoemde bedragen in mindering strekt; 5.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.7. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Algemene huurvoorwaarden versie mei 2024. Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198, r.o. 3.8.2.