ECLI:NL:RBNHO:2026:508 · Rechtbank Noord-Holland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11938284 \ CV EXPL 25-7245 Uitspraakdatum: 21 januari 2026 Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn, Duitsland eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services) tegen de besloten vennootschap TUI Airlines Nederland B.V. gevestigd te Oude Meer gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) 1Het procesverloop 1.1.
Legislator headnote
AI generatedartikel 222 Rv; ECLI:NL:RBNHO:2026:508 · Rechtbank Noord-Holland: De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen. Hij heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp. 2.3. AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof. Zij stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 400,00. 3De vordering in het incident 3.1. De vervoerder vordert in het incident dat de kantonrechter de procedure samenvoegt met vier andere procedures. 3.2.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11938284 \ CV EXPL 25-7245 Uitspraakdatum: 21 januari 2026 Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn, Duitsland eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services) tegen de besloten vennootschap TUI Airlines Nederland B.V. gevestigd te Oude Meer gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) 1Het procesverloop 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de incidentele conclusie tot voeging; - het antwoord in het incident. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De vordering in de hoofdzaak 2.1. AirHelp vordert in de hoofdzaak dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van een bedrag van € 800,00, te vermeerderen met rente en kosten. 2.2. AirHelp legt aan de vordering ten grondslag dat [betrokkene] (hierna: de passagier) een overeenkomst met de vervoerder heeft gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 30 mei 2025 vervoeren van Antalya, Turkije, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht OR3105 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen. Hij heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp. 2.3. AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof. Zij stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 400,00. 3De vordering in het incident 3.1. De vervoerder vordert in het incident dat de kantonrechter de procedure samenvoegt met vier andere procedures. 3.2.
De vervoerder legt aan zijn vordering ten grondslag dat de procedures zijn verknocht omdat de feitelijke en juridische geschilpunten geheel identiek zijn. De vorderingen zien op dezelfde vlucht. Ook zijn de vorderingen gebaseerd op identieke gronden en worden zowel AirHelp als de vervoerder bijgestaan door dezelfde gemachtigden. 3.3. AirHelp refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter. 4De beoordeling 4.1. De kantonrechter overweegt als volgt. Voeging kan gevorderd worden in het geval voor dezelfde rechter tussen dezelfde partijen en over hetzelfde onderwerp tegelijk zaken aanhangig zijn, of voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn. 4.2.
In de zaken waarvoor voeging is gevorderd, is sprake van verknochtheid. De vorderingen vloeien voort uit hetzelfde feitencomplex. De vordering in het incident moet daarom worden toegewezen omdat de doelmatigheid daarmee is gediend. 4.3. Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5De beslissing
De kantonrechter: in het incident 5.1. voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaken met; zaaknummer/rolnummer: 11880303 \ CV EXPL 25-6075; zaaknummer/rolnummer: 11880313 \ CV EXPL 25-6076; zaaknummer/rolnummer: 11880320 \ CV EXPL 25-6077; zaaknummer/rolnummer: 11894836 \ CV EXPL 25-6383; 5.2. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;in de hoofdzaak 5.3. verwijst de zaak naar de rol van 18 februari 2026 voor het nemen van conclusie van antwoord; 5.4. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter In de zin van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Artikel 7 van de Verordening. Op grond van artikel 222 Rv. Artikel 222 Rv.