Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2023:1741 ECLI:NL:RBNHO:2023:1741 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2023:1741 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2023:1741
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 10305657 \ CV EXPL 23-315 Uitspraakdatum: 2 maart 2023 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de stichtingStichting Kinderopvang Waterland gevestigd te Monnickendam de eisende partij gemachtigde: mr. O.J. Boeder tegen 1 [gedaagden] 2. [gedaagden] beiden wonende te [woonplaats] de gedaagde partijen niet verschenen 1Het procesverloop 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partijen gedagvaard. Tegen de gedaagde partijen is verstek verleend. 2De beoordeling 2.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:230l BW, artikel 6:230v BW, artikel 6:230o lid 2 BW; ECLI:NL:RBNHO:2023:1741 · Rechtbank Noord-Holland: Volgens de eisende partij is sprake van een overeenkomst die is gesloten anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten, in de zin van artikel 6:230l BW. 2.4. Anders dan de eisende partij is de kantonrechter van oordeel dat de overeenkomst kwalificeert als een overeenkomst op afstand in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub e BW . Vanaf de aanvraag tot en met het tijdstip waarop de overeenkomst wordt gesloten, wordt immers uitsluitend gebruik gemaakt van één of meer middelen voor communicatie op afstand, in dit geval de website van de eisende partij en post of e-mail.

Keywords

AI generated
non-renewal of contract restoration of deadline deadline for payment accord and satisfaction continuous contract contractual obligation clause

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:230l BW
Volgens de eisende partij is sprake van een overeenkomst die is gesloten anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten, in de zin van artikel 6:230l BW.
artikel 6:230v BW
Dit betekent dat de eisende partij gemotiveerd moet stellen en onderbouwen dat is voldaan aan de bepalingen van artikel 6:230m lid 1 en artikel 6:230v BW.
artikel 6:230o lid 2 BW
Deze is neergelegd in artikel 6:230o lid 2 BW.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 10305657 \ CV EXPL 23-315 Uitspraakdatum: 2 maart 2023 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de stichtingStichting Kinderopvang Waterland gevestigd te Monnickendam de eisende partij gemachtigde: mr. O.J. Boeder tegen 1 [gedaagden] 2. [gedaagden] beiden wonende te [woonplaats] de gedaagde partijen niet verschenen 1Het procesverloop 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partijen gedagvaard. Tegen de gedaagde partijen is verstek verleend. 2De beoordeling 2.1.

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partijen tot betaling van € 2.529,98, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partijen in de proceskosten. 2.2. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd.

De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 2.3. De eisende partij heeft gesteld dat de ouder van een kind via haar website een aanvraag kan doen voor een opvangplek voor zijn/haar kind. Nadat de eisende partij die aanvraag heeft ontvangen en heeft bekeken of er plaats is op de aangevraagde dagen, ontvangt de ouder een offerte/concept contract. Nadat de ouder het contract getekend heeft geretourneerd, kan de kinderopvang van start.

Volgens de eisende partij is sprake van een overeenkomst die is gesloten anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten, in de zin van artikel 6:230l BW. 2.4. Anders dan de eisende partij is de kantonrechter van oordeel dat de overeenkomst kwalificeert als een overeenkomst op afstand in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub e BW . Vanaf de aanvraag tot en met het tijdstip waarop de overeenkomst wordt gesloten, wordt immers uitsluitend gebruik gemaakt van één of meer middelen voor communicatie op afstand, in dit geval de website van de eisende partij en post of e-mail.

Dit betekent dat de eisende partij gemotiveerd moet stellen en onderbouwen dat is voldaan aan de bepalingen van artikel 6:230m lid 1 en artikel 6:230v BW. 2.5. De eisende partij vindt dat zij heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Ter onderbouwing hiervan heeft zij schermafdrukken van haar website en de (twee) kinderopvangovereenkomsten van 13 augustus 2020 overgelegd. 2.6. Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit de stukken en toelichting niet (voldoende) dat de eisende partij heeft voldaan aan de informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 sub e en sub h en artikel 6:230v BW.

Er is niet gebleken dat de eisende partij de gedaagde partijen voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst heeft gewezen op het herroepingsrecht en de kosten van de kinderopvang. Ook worden de gedaagde partijen in de overeenkomst niet gewezen op het herroepingsrecht, zodat niet is voldaan aan artikel 6:230v lid 7 onder a BW. 2.7. Gelet op de jurisprudentie van het HvJ EU en het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677) moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden.

Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. 2.8. Ten aanzien van de in artikel 6:230m lid 1 onder h BW opgenomen precontractuele informatieplicht heeft de Nederlandse wetgever in een sanctie voorzien. Deze is neergelegd in artikel 6:230o lid 2 BW. De schending van het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, doch met ten hoogste twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW).

Nu in dit geval de overeenkomsten op 13 augustus 2020 tot stand zijn gekomen en niet gesteld of gebleken is dat de eisende partij de gedaagde partijen tussentijds alsnog op juiste wijze (dat wil zeggen duidelijk en in het oog springend) op de wettelijke bedenktijd heeft gewezen, moet worden aangenomen dat de bedenktijd in ieder geval tot en met 13 augustus 2021 heeft gelopen. Uit productie E6 maakt de kantonrechter op dat de gedaagde partijen de overeenkomsten op 18 mei 2021 hebben herroepen. Nu de gedaagde partijen de overeenkomsten binnen de voornoemde verlengde periode van de wettelijke bedenktijd hebben herroepen, kan een betalingsverplichting voor de aan hen geleverde diensten ingevolge 6:230s lid 5 sub a onder 1 en 2 BW niet worden vastgesteld. 2.9.

Gelet op het vorenstaande wordt de vordering afgewezen. 2.10. De eisende partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3De beslissing

De kantonrechter: 3.1. wijst de vordering af; 3.2. veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de gedaagde partijen tot en met vandaag vaststelt op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter