Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2022:9785 ECLI:NL:RBNHO:2022:9785 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:9785 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2022:9785
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10085623 CV EXPL 22-4245 Uitspraakdatum: 9 november 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Volkswagen Pon Financial Services B.V., als rechtsopvolger van Volkswagen Leasing B.V. gevestigd te Amersfoort de eisende partij gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:230l BW, artikel 21 Rv; ECLI:NL:RBNHO:2022:9785 · Rechtbank Noord-Holland: De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de precontractuele informatieplicht van artikel 6:230l BW. De eisende partij heeft gesteld dat de overeenkomst in een verkoopruimte bij de autodealer, die als tussenpersoon bij de totstandkoming van de overeenkomst heeft gefungeerd, is gesloten. Zij licht echter niet toe hoe het gesprek tussen de tussenpersoon en de gedaagde partij is verlopen en welke informatie daarbij aan de gedaagde partij is verstrekt. 2.3. De eisende partij stelt dat zij ruimschoots vóór het aangaan van de overeenkomst het concept contract, waarin alle precontractuele informatie als bedoeld artikel 6:230l BW is opgenomen, aan de gedaagde partij heeft verstrekt.

Keywords

AI generated
misleading the judicial authorities party to proceedings false testimony by a party remission of procedural costs non-contestation of the facts party costs

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:230l BW
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de precontractuele informatieplicht van artikel 6:230l BW.
artikel 21 Rv
Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10085623 CV EXPL 22-4245 Uitspraakdatum: 9 november 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Volkswagen Pon Financial Services B.V., als rechtsopvolger van Volkswagen Leasing B.V. gevestigd te Amersfoort de eisende partij gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.1.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 2.2.

De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de precontractuele informatieplicht van artikel 6:230l BW. De eisende partij heeft gesteld dat de overeenkomst in een verkoopruimte bij de autodealer, die als tussenpersoon bij de totstandkoming van de overeenkomst heeft gefungeerd, is gesloten. Zij licht echter niet toe hoe het gesprek tussen de tussenpersoon en de gedaagde partij is verlopen en welke informatie daarbij aan de gedaagde partij is verstrekt. 2.3. De eisende partij stelt dat zij ruimschoots vóór het aangaan van de overeenkomst het concept contract, waarin alle precontractuele informatie als bedoeld artikel 6:230l BW is opgenomen, aan de gedaagde partij heeft verstrekt.

Zij laat echter na om toe te lichten wat de kantonrechter uit het contract zou moeten afleiden en specifiek aan te geven waar in dit stuk de bedoelde informatie is opgenomen. Producties kunnen stellingen ondersteunen, maar niet vervangen. De partij die producties overlegt, moet begrijpelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Een enkele verwijzing naar de producties is daarom onvoldoende. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie. Wat is hiervan het gevolg? 2.4. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren. 2.5.

De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen. 2.6. De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3De beslissing

De kantonrechter: 3.1. wijst de vordering af; 3.2. veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter