Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2022:9549 ECLI:NL:RBNHO:2022:9549 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:9549 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2022:9549
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9999435 \ CV EXPL 22-4275 Uitspraakdatum: 19 oktober 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Greenacre Capital Group B.V., voorheen handelend onder de naam Incasso Partners B.V., als rechtsopvolgster onder bijzondere titel van [bedrijf], mede handelende onder de naam IncassoPartners, als rechtsopvolgster onder bijzondere titel van de vennootschap naar buitenlands recht Klarna Bank AB (publ) gevestigd te Stockholm, Zweden de eisende partij gemachtigde: gerechtsdeurwaarder mr.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 6:230v lid 3 BW, Artikel 6:230v lid 7 BW, artikel 21 Rv; ECLI:NL:RBNHO:2022:9549 · Rechtbank Noord-Holland: Bij gebrek aan verdere toelichting kan de kantonrechter niet vaststellen hoe de bestelknop luidt die de consument moet aanklikken voordat het bestelproces wordt afgerond en waarbij voor de consument een betalingsverplichting ontstaat. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen dat aan de gedaagde partij een duidelijke mededeling is gedaan dat met het aanklikken van de bestelknop een betalingsverplichting wordt aangegaan en dat dus voldaan is aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW. Artikel 6:230v lid 7 BW 2.5. Ook heeft de eisende partij niet voldoende toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW.

Keywords

AI generated
party to proceedings remission of procedural costs partial claim party costs reopening of proceedings in absentia right to be heard

Cited Legislation

AI generated
Artikel 6:230v lid 3 BW
Artikel 6:230v lid 3 BW 2.3.
Artikel 6:230v lid 7 BW
Artikel 6:230v lid 7 BW 2.5.
artikel 21 Rv
Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9999435 \ CV EXPL 22-4275 Uitspraakdatum: 19 oktober 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Greenacre Capital Group B.V., voorheen handelend onder de naam Incasso Partners B.V., als rechtsopvolgster onder bijzondere titel van [bedrijf], mede handelende onder de naam IncassoPartners, als rechtsopvolgster onder bijzondere titel van de vennootschap naar buitenlands recht Klarna Bank AB (publ) gevestigd te Stockholm, Zweden de eisende partij gemachtigde: gerechtsdeurwaarder mr.

E.L.B. Hundscheidt tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.1. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd.

De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 2.2. De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter licht dit als volgt toe. Artikel 6:230v lid 3 BW 2.3. De eisende partij stelt te hebben voldaan aan artikel 6:230v lid 3 BW. Zij licht toe dat de consument, om de bestelling te kunnen afronden, op de button ‘Betaal mijn bestelling’ dient te klikken.

Volgens de eisende partij wordt de consument door voornoemde button in niet voor misverstand vatbare termen erop gewezen dat het plaatsen van de bestelling een betalingsverplichting inhoudt. De eisende partij verwijst ter onderbouwing daarvan naar productie drie, pagina acht. 2.4. Anders dan de eisende partij stelt, blijkt uit voornoemde bijlage niet dat de bestelknop de woorden ‘Betaal mijn bestelling’ bevat. In plaats daarvan wordt op de door de eisende partij genoemde pagina de garanties uiteengezet die van toepassing zijn op alle Wish aankopen.

Bij gebrek aan verdere toelichting kan de kantonrechter niet vaststellen hoe de bestelknop luidt die de consument moet aanklikken voordat het bestelproces wordt afgerond en waarbij voor de consument een betalingsverplichting ontstaat. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen dat aan de gedaagde partij een duidelijke mededeling is gedaan dat met het aanklikken van de bestelknop een betalingsverplichting wordt aangegaan en dat dus voldaan is aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW. Artikel 6:230v lid 7 BW 2.5. Ook heeft de eisende partij niet voldoende toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW.

De eisende partij heeft een bestelbevestiging overgelegd zonder een zogenaamde header, zodat niet kan worden vastgesteld dat deze aan de gedaagde partij is gestuurd. Tevens voldoet de bestelbevestiging niet aan de eisen van artikel 6:230v lid 7 BW. Consumentenkredietovereenkomst 2.6. Anders dan de eisende partij is de kantonrechter verder van oordeel dat sprake is van een consumentenkredietovereenkomst. Partijen zijn namelijk overeengekomen dat de gedaagde partij het aankoopbedrag van de bij de webwinkel bestelde goederen binnen veertien dagen na levering van die goederen aan (de rechtsvoorganger van) de eisende partij betaalt.

Het aan de gedaagde partij verlenen van uitstel van betaling is een vorm van kredietverstrekking (artikel 7:57 lid 1 sub c BW). 2.7. De eisende partij heeft in haar dagvaarding weliswaar gesteld dat sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 onder e BW omdat bij het aangaan van het krediet en bij betaling binnen de gestelde termijn geen rente en/of aanvullende kosten verschuldigd zijn, maar heeft dat onvoldoende onderbouwd en toegelicht. Bovendien is niet toegelicht of er kosten in rekening worden gebracht als er niet binnen de gestelde termijn wordt betaald en zo ja welke, terwijl uit de Algemene Voorwaarden van Klarna wel degelijk blijkt dat er kosten in rekening worden gebracht bij te late betaling.

Deze kosten worden eveneens tot de kosten van het krediet gerekend. Bij gebrek aan deze toelichting kan niet worden vastgesteld dat sprake is van de uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 onder e BW. Wat is hiervan het gevolg? 2.8. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren. 2.9. De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan.

Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen. 2.10. De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3De beslissing

De kantonrechter: 3.1. wijst de vordering af; 3.2. veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter