Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2022:9538 ECLI:NL:RBNHO:2022:9538 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:9538 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2022:9538
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 9927380 \ CV EXPL 22-2054 Uitspraakdatum: 11 augustus 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Kroonkozijn Purmerend B.V. gevestigd te Purmerend de eisende partij gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V. tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.1.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 6:230m lid 1 BW, Artikel 6:230t lid 2 BW, artikel 6:230t BW, artikel 21 Rv; ECLI:NL:RBNHO:2022:9538 · Rechtbank Noord-Holland: De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter licht dit als volgt toe. Artikel 6:230m lid 1 BW 2.3. De eisende partij heeft nagelaten een onderbouwde toelichting op artikel 6:230m lid 1 BW te overleggen, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde essentiële informatie is verstrekt. Artikel 6:230t lid 2 BW 2.4.

Keywords

AI generated
pre-contractual information obligations statutory requirement fulfillment compliance with formal requirements partial performance hearing of the parties contracting party

Cited Legislation

AI generated
Artikel 6:230m lid 1 BW
Artikel 6:230m lid 1 BW 2.3.
Artikel 6:230t lid 2 BW
Artikel 6:230t lid 2 BW 2.4.
artikel 6:230t BW
De eisende partij heeft ook niet toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan de verplichtingen van artikel 6:230t BW.
artikel 21 Rv
Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 9927380 \ CV EXPL 22-2054 Uitspraakdatum: 11 augustus 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Kroonkozijn Purmerend B.V. gevestigd te Purmerend de eisende partij gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V. tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.1.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 2.2.

De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter licht dit als volgt toe. Artikel 6:230m lid 1 BW 2.3. De eisende partij heeft nagelaten een onderbouwde toelichting op artikel 6:230m lid 1 BW te overleggen, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde essentiële informatie is verstrekt. Artikel 6:230t lid 2 BW 2.4.

De eisende partij heeft ook niet toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan de verplichtingen van artikel 6:230t BW. Een afschrift dat of bestelbevestiging die aan de eisen van artikel 6:230t lid 2 BW voldoet, ontbreekt. Wat is hiervan het gevolg? 2.5. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren. 2.6. De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan.

Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen. 2.7. De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3De beslissing

De kantonrechter: 3.1. wijst de vordering af; 3.2. veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter