ECLI:NL:RBNHO:2022:8020 · Rechtbank Noord-Holland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 22/3321 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 augustus 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. M. Raaijmakers), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer (verweerder) (gemachtigde: mr. R.H.Vossebeld). Zitting De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 augustus 2022 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBNHO:2022:8020 · Rechtbank Noord-Holland: M. Raaijmakers), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer (verweerder) (gemachtigde: mr. R.H.Vossebeld). Zitting De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 augustus 2022 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder.
Full text
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 22/3321 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 augustus 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. M. Raaijmakers), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer (verweerder) (gemachtigde: mr. R.H.Vossebeld). Zitting De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 augustus 2022 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder.
Verzoekster en haar gemachtigde zijn zonder bericht niet verschenen. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de voorzieningenrechter hierna. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Beoordeling door de voorzieningenrechter 1. In deze uitspraak beslist de voorlopige voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster in het kader van haar aanvraag om een urgentieverklaring.
2. Zoals uit het beroepschrift blijkt beoogt verzoekster de toekenning van een zogenaamde Midstay urgentie. Gebleken is dat aan verzoekster bij besluit van 25 april 2022, dus al ruim vóór de indiening van deze voorlopige voorziening, een Midstay urgentie is verleend. Niet is gebleken dat verzoekster in zoverre nog enig belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Conclusie en gevolgen De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2022 door mr. L.M. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.R.A. Horring, griffier. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.