Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2022:7669 ECLI:NL:RBNHO:2022:7669 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:7669 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2022:7669
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 21/5858V en HAA 21/5859V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2022 op het verzet van [opposant], te [woonplaats], opposant (gemachtigde: [naam]). Procesverloop Opposant heeft bij brief van 27 oktober 2021 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam van 15 september 2021 inzake de aanslag inkomstenbelasting premie volksverzekeringen en de aanslag zorgverzekeringswet over het jaar 2017. Bij uitspraak van 6 april 2022 heeft de rechtbank deze beroepen niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:7 van de Awb, artikel 6:8 van de Awb, artikel 6:11 van de Awb, artikel 8:38 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2022:7669 · Rechtbank Noord-Holland: Gelet op het bepaalde in artikel 8:55, eerste lid, van de Awb zijn bij de beoordeling van het verzet onder meer de artikelen 6:4, derde lid, 6:5 tot en met 6:9 en 6:11 van de Awb van overeenkomstige toepassing.

Keywords

AI generated
untimely recusal request unjustified procedural delay timeliness of filing statute of limitations bar late objection to debt enforcement expiry of statutory deadline

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat.
artikel 6:7 van de Awb
Op grond van artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een verzetschrift zes weken.
artikel 6:8 van de Awb
De termijn vangt op grond van artikel 6:8 van de Awb aan met ingang van de dag na die waarop de uitspraak aan de belanghebbende is verzonden.
artikel 6:11 van de Awb
Op grond van het bepaalde in artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend verzetschrift achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
artikel 8:38 van de Awb
De griffier heeft de uitspraak vervolgens op 11 mei 2022, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb, ter kennisname per gewone post naar het kantooradres van de gemachtigde verzonden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 21/5858V en HAA 21/5859V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2022 op het verzet van [opposant], te [woonplaats], opposant (gemachtigde: [naam]). Procesverloop Opposant heeft bij brief van 27 oktober 2021 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam van 15 september 2021 inzake de aanslag inkomstenbelasting premie volksverzekeringen en de aanslag zorgverzekeringswet over het jaar 2017. Bij uitspraak van 6 april 2022 heeft de rechtbank deze beroepen niet-ontvankelijk verklaard.

Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. Overwegingen 1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft de beroepen niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat het beroepschrift niet binnen de beroepstermijn is ingediend.

2. Alvorens in deze verzetzaak te kunnen beoordelen of de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn, dient de rechtbank ambtshalve eerst na te gaan of opposant zijn verzetschrift tijdig heeft ingediend.

3. Gelet op het bepaalde in artikel 8:55, eerste lid, van de Awb zijn bij de beoordeling van het verzet onder meer de artikelen 6:4, derde lid, 6:5 tot en met 6:9 en 6:11 van de Awb van overeenkomstige toepassing.

4. Op grond van artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een verzetschrift zes weken. De termijn vangt op grond van artikel 6:8 van de Awb aan met ingang van de dag na die waarop de uitspraak aan de belanghebbende is verzonden.

5. Op grond van het bepaalde in artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend verzetschrift achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

6. De rechtbank heeft de uitspraak per aangetekende post op 6 april 2022 verzonden. De verzettermijn vangt derhalve aan op 7 april 2022 en eindigt op 18 mei 2022. De rechtbank heeft de uitspraak op 4 mei 2022 retour ontvangen van het postbedrijf. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de brief van 6 april 2022 tevergeefs was aangeboden op het kantooradres van de gemachtigde op 7 april 2022 en vervolgens niet is afgehaald op de PostNL-locatie. De griffier heeft de uitspraak vervolgens op 11 mei 2022, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb, ter kennisname per gewone post naar het kantooradres van de gemachtigde verzonden. Opposant is er in de begeleidende brief op gewezen dat de termijn voor het instellen van verzet niet opnieuw aanvangt.

7. Opposant heeft, digitaal, op 8 juni 2022 verzet ingesteld. Het verzet is daarmee niet ingediend binnen zes weken na de dag waarop de uitspraak is bekendgemaakt. Bij aangetekende brief van 13 juni 2022 is aan opposant verzocht om binnen twee weken na verzending van die brief schriftelijk aan te geven waarom hij het verzetschrift na afloop van de termijn heeft ingediend. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek heeft uitgewezen dat deze brief op 15 juni 2022 is afgehaald van een PostNL-locatie en dat voor ontvangst is getekend.

8. Opposant heeft niet gereageerd op de brief van 13 juni 2022. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor het na de verzettermijn indienen van het verzetschrift.

9. De rechtbank acht het verzet niet-ontvankelijk. Hieruit volgt dat de uitspraak van 6 april 2022 in stand blijft.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid vanN. Joacim, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.