Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2022:5602 ECLI:NL:RBNHO:2022:5602 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:5602 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2022:5602
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 9679986 \ WM VERZ 22-66 CJIB-nummer : [nummer] Uitspraakdatum : 29 maart 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:5602 · Rechtbank Noord-Holland: P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.

Keywords

AI generated
road safety concerns red light violation traffic violation dangerous overtaking hit-and-run driving without authorization

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:GHLEE:2002:AF0656
WAHV 02/00680 13 november 2002 CJIB 46767169 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te Groningen van 3 juni 2002 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] wonende te [woonplaats] 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ECLI:NL:GHARL:2018:9129
WAHV 200.198.817 17 oktober 2018 CJIB 166757643 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 9 oktober 2015 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [A] , voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] , kantoorhoudende te [C] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard en het verzoek van de betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling 1. De gemachtigde voert aan dat de kantonrechter ten onrechte voorbij is gegaan aan een schending van de hoorplicht door de officier van justitie.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 9679986 \ WM VERZ 22-66 CJIB-nummer : [nummer] Uitspraakdatum : 29 maart 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard.

Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 29 maart 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

Betrokkene stelt dat zij twijfelt of zij door rood is gereden nu haar voertuig op de foto al geheel voorbij de stopstreep is. De kantonrechter overweegt als volgt. Bij de stukken in het dossier bevinden zich foto’s waarop de gedraging is vastgelegd. Op die foto’s is te zien dat het verkeerslicht 3,0 seconden geel/oranje licht en 0,9 seconden rood licht uitstraalde op het moment dat het voertuig van betrokkene de stopstreep passeerde met 26 kilometer per uur. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig is verder gereden. Ook als een bestuurder een stopstreep voorbijrijdt, en het verkeerslicht zich op enige afstand van die streep bevindt, kan worden gezegd, dat de bestuurder “door rood licht rijdt”, wanneer hij het verkeerslicht voorbijrijdt als het inmiddels rood licht geeft. (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 november 2002, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:GHLEE:2002:AF0656).

Het is aan betrokkene, als bestuurder, om op de juiste wijze te anticiperen wanneer zij een verkeerslicht nadert. Betrokkene doet een beroep op de omstandigheid dat het onveilig was om te stoppen omdat er een auto vlak achter haar reed. Deze enkele stelling van betrokkene betekent naar het oordeel van de kantonrechter echter niet zonder meer dat het in onderhavige zaak niet mogelijk was om tijdig op verantwoorde wijze te stoppen voor het rode licht. Het is niet gebleken dat de situatie zo gevaarlijk was dat betrokkene niet anders kon dan doorrijden.

Ook in deze omstandigheid had betrokkene anders moeten handelen. Betrokkene voert tevens aan dat de geeltijd lager was dan de in het handboek Verkeerslichtenregeling van het CROW gestelde norm van minimaal 3,5 seconden geel licht bij een toegestane snelheid van 50 km/h. De kantonrechter overweegt dat deze norm zich richt tot de wegbeheerder en dat een individuele weggebruiker hieraan geen rechten kan ontlenen. De enkele omstandigheid dat de geeltijd korter is dan de aanbevolen minimale geeltijd, kan op zichzelf niet leiden tot het oordeel dat de betrokkene geen verwijt kan worden gemaakt (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 oktober 2018, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:GHARL:2018:9129).

Het verweer dat betrokkene de gedraging niet opzettelijk heeft begaan, treft geen doel. Voor het opleggen van een boete bij het begaan van een dergelijke gedraging is immers opzet niet vereist. De boete is terecht opgelegd. De door betrokkene aangevoerde omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden geven de kantonrechter geen aanleiding de opgelegde beschikking te vernietigen dan wel te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr.

P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.

Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: