Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2022:5347 ECLI:NL:RBNHO:2022:5347 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:5347 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2022:5347
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 9607884 \ WM VERZ 21-716 CJIB-nummer : 240184298 Uitspraakdatum : 22 maart 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:5347 · Rechtbank Noord-Holland: Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard.

Keywords

AI generated
obligation to pay late payment of fees unpaid security deposit outstanding balance repeated non-compliance back payment
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 9607884 \ WM VERZ 21-716 CJIB-nummer : 240184298 Uitspraakdatum : 22 maart 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard.

Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. Overwegingen Betrokkene heeft aangevoerd niet in staat te zijn de in artikel 11 WAHV voorgeschreven zekerheid te betalen. Betrokkene is de gelegenheid gegeven om op de zitting van 22 maart 2022 nader te motiveren en te onderbouwen dat hij niet in staat is die zekerheid te betalen. Betrokkene is niet die zitting verschenen, maar heeft zich wel afgemeld en heeft een brief ter griffie afgegeven. De kantonrechter heeft deze brief ter zitting voorgelezen. De brief van betrokkene bevat een voorwaardelijk aanhoudingsverzoek indien de kantonrechter daar behoefte aan heeft.

De kantonrechter stelt daar geen behoefte aan te hebben, zodat de zaak niet zal worden aangehouden en deze thans inhoudelijk kan worden beoordeeld. Nu betrokkene geen inkomensgegevens heeft verstrekt en niet op de zitting is verschenen om een toelichting te geven, is de kantonrechter van oordeel dat er geen grond is om de zekerheidstelling te verlagen. De kantonrechter stelt betrokkene nog eenmaal in de gelegenheid om de zekerheid te betalen. Het bedrag ad € 234,00 dient binnen vier weken na verzending van deze uitspraak te zijn bijgeschreven op rekening NL56INGB0705005100 ten name van het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden onder vermelding van het hierboven vermelde CJIB-nummer.

Als betrokkene niet voldoet aan de verplichting tot tijdige zekerheidstelling, zal de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat wil zeggen dat de kantonrechter het beroep dan niet inhoudelijk kan beoordelen omdat de zekerheid niet is betaald. De uitspraak De kantonrechter: ‒ stelt betrokkene nog eenmaal in de gelegenheid om het bedrag aan zekerheidstelling te betalen; ‒ bepaalt dat het bedrag van € 234,00 binnen vier weken na verzending van deze beslissing moet zijn betaald. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter Datum toezending: