Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2022:5041 ECLI:NL:RBNHO:2022:5041 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:5041 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2022:5041
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9496283 \ CV EXPL 21-7019 Uitspraakdatum: 1 juni 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de buitenlandse rechtspersoon Zalando Payments GmbH gevestigd te Berlijn, Duitsland de eisende partij gemachtigde: R. Slagman tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De verdere procedure 1.1. Bij tussenvonnis van 12 januari 2022 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek; ECLI:NL:RBNHO:2022:5041 · Rechtbank Noord-Holland: De vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan de gedaagde partij een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen dan ook worden afgewezen. 2.4.

Keywords

AI generated
artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek
De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan de gedaagde partij een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9496283 \ CV EXPL 21-7019 Uitspraakdatum: 1 juni 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de buitenlandse rechtspersoon Zalando Payments GmbH gevestigd te Berlijn, Duitsland de eisende partij gemachtigde: R. Slagman tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De verdere procedure 1.1. Bij tussenvonnis van 12 januari 2022 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten.

Dat heeft zij gedaan bij akte van 9 maart 2022. 2De verdere beoordeling 2.1. De kantonrechter ziet aanleiding om terug te komen op haar oordeel in het tussenvonnis. De eisende partij heeft alsnog toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten. Er zal daarom geen sanctie worden toegepast en de koopovereenkomst blijft geheel in stand. 2.2. De gevorderde hoofdsom en wettelijke rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. 2.3. De eisende partij maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

De vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan de gedaagde partij een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen dan ook worden afgewezen. 2.4.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3De beslissing

De kantonrechter: 3.1. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 26,57, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 25,90 vanaf 13 oktober 2021 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.2. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: € 101,99 wegens dagvaardingskosten, € 126,00 wegens griffierecht en € 37,00 wegens salaris gemachtigde; 3.3. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter