Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2022:4873 ECLI:NL:RBNHO:2022:4873 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:4873 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2022:4873
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 21/2292 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2022 in de zaak tussen Exploitatiemaatschappij Huizon B.V. te Heerhugowaard, eiseres en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dijk en Waard, verweerder (gemachtigde: mr. D.W.V. Zijlstra). Als derde-partij neemt aan het geding deel: Exploitatie en Projectontwikkeling Maatschappij Brolan B.V., te Noord-Scharwoude. Procesverloop In het besluit van 31 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van 22 appartementen op de locatie [locatie] .

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:4873 · Rechtbank Noord-Holland: Ontvankelijkheid 2. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 4 mei 2021 volgt dat wanneer het omgevingsrecht aan ‘een ieder’ de mogelijkheid biedt om een zienswijze in te dienen tegen een ontwerpbesluit, diegene die daarvan gebruik heeft gemaakt ook beroep bij de bestuursrechter mag indienen tegen het definitieve besluit. Eiseres heeft op 11 november 2020 een zienswijze ingediend. Gelet daarop kon eiseres beroep bij de rechtbank instellen tegen het bestreden besluit. De rechtbank oordeelt ambtshalve dat het beroep van eiseres is in het licht van het voorgaande ontvankelijk is.

Keywords

AI generated
standing against building permit residential building permit servitude not to build building setback violation unpermitted structures zoning violation

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2021:953
202003081/1/R3. Datum uitspraak: 4 mei 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op de hoger beroepen van: 1. [appellant sub 1] en anderen, deels wonend te Pesse en deels wonend te Fluitenberg, gemeente Hoogeveen, 2. Powerfield Realisatie en Exploitatie B.V., gevestigd te Wormer, gemeente Wormerland, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 14 april 2020 in zaken nrs. 18/3398, 19/4391 tot en met 19/4395 en 19/4397 tot en met 19/4418 in het geding tussen: [appellant sub 1] en anderen en het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen.
ECLI:NL:RVS:2019:359
201804143/1/A3. Datum uitspraak: 6 februari 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Haarlem, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 4 april 2018 in zaak nr. C/15/270035 / FA RK 18-691 in het geding tussen: [appellant] en de burgemeester van Haarlem. Procesverloop Bij besluit van 29 december 2017 heeft de burgemeester aan [appellant] een tijdelijk huisverbod opgelegd voor de periode van 29 december 2017 11:31 uur tot 8 januari 2018 11:31 uur voor de woning aan de [locatie] te Haarlem.
ECLI:NL:RVS:2010:BM7768
Procesverloop Bij besluit van 14 december 2007 heeft de staatssecretaris aan Pro Immo kennisgegeven van zijn beslissing dat hij aan de bevoegde fiscale autoriteiten van Spanje de in het besluit omschreven inlichtingen heeft verstrekt. Bij besluit van 29 augustus 2008 heeft de staatssecretaris het door Pro Immo daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 29 april 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door Pro Immo daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft Pro Immo bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 mei 2009, hoger beroep ingesteld.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 21/2292 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2022 in de zaak tussen Exploitatiemaatschappij Huizon B.V. te Heerhugowaard, eiseres en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dijk en Waard, verweerder (gemachtigde: mr. D.W.V. Zijlstra). Als derde-partij neemt aan het geding deel: Exploitatie en Projectontwikkeling Maatschappij Brolan B.V., te Noord-Scharwoude. Procesverloop In het besluit van 31 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van 22 appartementen op de locatie [locatie] .

Het besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2022 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voorts was de heer drs. [naam 3] namens verweerder aanwezig. De derde-partij is vertegenwoordigd door [naam 4] . De rechtbank heeft het beroep op zitting behandeld samen met het beroep in de procedure HAA 21/2237.

In dit beroep is op dezelfde datum afzonderlijk uitspraak gedaan. Overwegingen Feiten 1.1 De rechtbank betrekt bij de beoordeling de volgende feiten. Eiseres is statutair gevestigd in Heerhugowaard en heeft blijkens de statuten onder andere als doel het exploiteren van roerend en onroerend goed, waaronder het huren/verhuren, kopen/verkopen en verlenen van bemiddeling bij het transacties van roerende en onroerende goederen. 1.2 Eiseres had in 2005 een plan voor de ontwikkeling van een aantal appartementen op de [locatie] . Nadat verweerder de uitgangspunten had geformuleerd waaraan dat plan moest voldoen, heeft eiseres haar plan niet doorgezet en geen aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend.

Ontvankelijkheid 2. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 4 mei 2021 volgt dat wanneer het omgevingsrecht aan ‘een ieder’ de mogelijkheid biedt om een zienswijze in te dienen tegen een ontwerpbesluit, diegene die daarvan gebruik heeft gemaakt ook beroep bij de bestuursrechter mag indienen tegen het definitieve besluit. Eiseres heeft op 11 november 2020 een zienswijze ingediend. Gelet daarop kon eiseres beroep bij de rechtbank instellen tegen het bestreden besluit. De rechtbank oordeelt ambtshalve dat het beroep van eiseres is in het licht van het voorgaande ontvankelijk is.

Procesbelang 3.1 Vervolgens dient de rechtbank ambtshalve te beoordelen of eiseres procesbelang heeft bij het voeren van de beroepsprocedure. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling is procesbelang aanwezig wanneer het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat ook feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang. 3.2 Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat zij het beroep om principiële redenen heeft ingediend.

Zij stelt dat derde-partij dient te worden gehouden aan dezelfde uitgangspunten voor de ontwikkeling van appartementen aan de [locatie] als waar eiseres in 2005 aan is gehouden. 3.3. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen procesbelang heeft bij het voeren van deze procedure. Dat eiseres om principiële redenen het beroep heeft ingediend is onvoldoende voor het aannemen van een procesbelang. Niet is gebleken dat het resultaat dat met het geslaagd beroep kan worden bereikt, namelijk dat de verleende omgevingsvergunning aan derde-partij wordt vernietigd, voor eiseres enige feitelijke betekenis zal hebben.

Eiseres is immers geen directe omwonende en heeft geen feitelijk belang. De stelling van eiseres ter zitting dat zij wel een actueel en feitelijk belang heeft omdat eiseres bij toekomstige (bouw)plannen dan weet welke uitgangspunten de gemeente stelt, volgt de rechtbank niet. Een toekomstige, onzekere gebeurtenis levert geen procesbelang op. Het beroep is dan alsnog niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang.

4. De rechtbank zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. Martens, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2022. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. ECLI:NL:RVS:2021:953. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:359. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 16 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM7768.