Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2022:4335 ECLI:NL:RBNHO:2022:4335 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:4335 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2022:4335
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 9664912 \ WM VERZ 22-77 CJIB-nummer : [nummer] Uitspraakdatum : 18 maart 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBNHO:2022:4335 · Rechtbank Noord-Holland: Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard.

Keywords

AI generated
extension of probation period untimely request for extension suspension period termination date one-week time limit reasonable duration of the proceedings

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht
Volgens artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken.
artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht
De door betrokkene aangevoerde omstandigheden (studie en drukte) zijn geen bijzondere omstandigheden van klemmende aard en geven de kantonrechter geen aanleiding om deze overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar te achten in de zin van artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 9664912 \ WM VERZ 22-77 CJIB-nummer : [nummer] Uitspraakdatum : 18 maart 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 18 maart 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 19 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1). Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

Betrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Het beroep is door betrokkene digitaal ingesteld op woensdag 10 november 2021, terwijl dat beroep uiterlijk op woensdag 3 november 2021 ontvangen had moeten zijn. Slechts in bijzondere omstandigheden van klemmende aard kan een overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar worden geacht. De door betrokkene aangevoerde omstandigheden (studie en drukte) zijn geen bijzondere omstandigheden van klemmende aard en geven de kantonrechter geen aanleiding om deze overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar te achten in de zin van artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht.

Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00.

Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: