Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2022:2486 ECLI:NL:RBNHO:2022:2486 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2022:2486 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2022:2486
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer / rolnummer: C/15/319707 / HA ZA 21-469 Vonnis van 16 maart 2022 (bij vervroeging) in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , eiseres, advocaat mr. J.W. Janssens te Houten, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JUMP SKILLZ B.V., gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, gedaagde, advocaat mr. P. Wieringa te Zaandam. Partijen zullen hierna [eiseres] en Jump Skillz genoemd worden. De zaak in het kort [eiseres] bracht op 2 maart 2018 samen met een vriendin een bezoek aan het indoor trampolinepark van Jump Skillz in Hoofddorp. [eiseres] is na een sprong van een toestel verkeerd terecht gekomen in een met lucht gevulde landingszak, de BigAirBag. [eiseres] heeft hierdoor letsel aan haar linkerbeen opgelopen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 6:173 lid 1 BW, artikel 6:162 BW; ECLI:NL:RBNHO:2022:2486 · Rechtbank Noord-Holland: In dit verband beroept [eiseres] zich op de zogenaamde Kelderluik-criteria. 3.2.2. Verder is Jump Skillz als bezitter van de BigAirBag aansprakelijk op grond van artikel 6:173 lid 1 BW. De BigAirBag voldeed niet aan de eisen die daaraan gesteld mochten worden. Er werd namelijk niet gewaarschuwd of geïnstrueerd over de wijze waarop er gesprongen moest worden ter vermijding van gevaar en letsel. 3.2.3. Jump Skillz moet als aansprakelijke partij de als gevolg van het ongeluk ontstane materiële en immateriële schade van [eiseres] vergoeden. [eiseres] heeft hiertoe diverse schadeposten opgevoerd. 3.3.

Keywords

AI generated
ankle injury safety regulations violation accident insurance matter minor accident bodily injury from fall whiplash injury

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek
Door haar gevaarzettende handelen heeft Jump Skillz in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid, ofwel onrechtmatig, gehandeld als bedoeld in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
artikel 6:173 lid 1 BW
Verder is Jump Skillz als bezitter van de BigAirBag aansprakelijk op grond van artikel 6:173 lid 1 BW.
artikel 6:162 BW
Grondslag van artikel 6:162 BW 4.2.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:1965:AB7079
dat hij, zich naar het herentoilet begevende, links voorbij de zich ter plaatse bevindende kistjes is gelopen, tegelijkertijd met zijn linkerhand de deurkruk van het herentoilet heeft vastgenomen en geopend en op hetzelfde moment een stap naar rechts heeft gemaakt; dat het voor hem niet mogelijk was door de zich ter plaatse bevindende coca-colakistjes aan de rechterzijde te passeren, omdat zich aan het achterste tafeltje mensen bevonden, en dat de kistjes en de zich aldaar bevindende personen bovendien het zicht op het keldergat hebben ontnomen; (3a) ‘’dat – wat het probandum sub 1 betreft – het Hof bewezen acht, dat Duchateau, zich naar het herentoilet begevende, links voorbij de zich ter plaatse bevindende kistjes is gelopen, (3b) dat immers uit de verklaringen van de getuigen Sjouwerman en Boom blijkt, dat het voor Duchateau niet mogelijk is geweest, om rechts achter de coca-colakistjes om te lopen, daar reeds de van het luik af naar voren geschoven stoelen en de daaronder geschoven opgerolde mat dit beletten; (4) ‘’dat – wat dit deel van het probandum betreft – het Hof niet bewezen acht, dat Duchateau daarop met zijn linkerhand de deurkruk van het herentoilet heeft vastgenomen en geopend en op hetzelfde moment een stap naar rechts heeft gemaakt; (5) ‘’dat het Hof echter niet van overwegend belang acht, wat Duchateau in de laatste ogenblikken vóór zijn val na het passeren van de kistjes heeft gedaan, nu door de wederpartij niet is bestreden, dat hij per ongeluk in het kelderruim is gevallen en niet als gevolg van een gewaagde poging, om over het kelderruim heen toch in het herentoilet te komen; (6) ‘’wat het tweede deel van het probandum betreft: (6a) dat niet is bewezen, dat zich aan het achterste tafeltje mensen bevonden, (6b) dat integendeel dit volgens de verklaring van getuige Sjouwerman niet het geval was, terwijl getuige Boom deze verklaring heeft bevestigd met zijn verklaring, dat volgens zijn herinnering aan dit tafeltje geen mensen zaten, (6c) dat daarmede allereerst een der redenen is komen te vervallen, waarom Duchateau volgens zijn posita niet rechts van de kistjes kon passeren, doch dat dit niet meer van belang is, nu is gebleken, dat hij dit uit anderen hoofde niet kon doen, (6d) dat verder echter door dit niet-bewezen zijn niet is gebleken, dat voormeld aanwezig zijn van mensen voor Duchateau het zicht op het keldergat heeft ontnomen, (6e) dat hiermede van de door Duchateau gestelde en in het probandum overgenomen redenen, waarom hij het keldergat niet heeft kunnen waarnemen, alleen de aanwezigheid der op elkaar gestapelde coca-colakistjes overblijft, (6f) dat echter, zoals de door de politie na het ongeval gemaakte en in het geding gebrachte foto’s duidelijk uitwijzen, de omvang van deze coca-colakistjes niet zodanig was, dat daarmede het gat geheel onzichtbaar werd gemaakt, terwijl voorts – naar uit die foto’s blijkt – het openstaande luik duidelijk boven de kistjes zichtbaar moet zijn geweest; (7) ‘’dat hieruit volgt, dat Duchateau niet op de omgeving van het herentoilet heeft gelet, toen hij daarbij was gekomen, en het nu de vraag is, of er reden voor hem bestond, om dit te doen; (8a) ‘’dat – al neemt men aan, dat Duchateau vóór het ongeval het openstaande luik niet heeft opgemerkt, gelijk hij beweert, doch de wederpartij betwist – toch voor Duchateau reden bestond bij het naderen van het toilet om zich heen te zien, alvorens verder te gaan, (8b) dat de deur van het herentoilet, naar Coca-Cola heeft gesteld, getuige Sjouwerman heeft verklaard en op de overgelegde situatiefoto’s is te zien, ingevolge de stand van de meergenoemde kistjes slechts gedeeltelijk open kon, (8c) dat dit feit, hetwelk Duchateau niet kan zijn ontgaan, hem zeker tot een opnemen van de omgeving had moeten brengen, zo hem de vreemde plaats van de kistjes daar – gedeeltelijk op het pad – al niet een waarschuwing had moeten zijn, om op die omgeving te letten; (9) ‘’dat, indien hij dit had gedaan, hem het zich daar ter plaatse bevindende keldergat niet had kunnen ontgaan, hetwelk naar uit de verklaringen van de getuigen Sjouwerman en Boom moet worden afgeleid, voldoende verlicht was; (10) ‘’dat hieruit volgt, dat hij schuld aan het ongeval heeft, en het thans nog slechts de vraag is, of hier van alle schuld, gelijk de Rechtbank heeft aangenomen, dan wel slechts van medeschuld aan zijn zijde sprake is; (11a) ‘’dat volgens de verklaring van de toenmalige eigenaar van de zaak, getuige Boom, deze in geval hij het luik moest openen, het keldergat barricadeerde met stoelen, (11b) dat getuige Sjouwerman ook gemakkelijk dit gat op deze wijze had kunnen barricaderen, (11c) dat hij dit niet heeft gedaan, maar zich volgens zijn eigen verklaring en die van getuige Boom bepaald heeft tot een opstapelen van de kistjes met lege flessen naast het keldergat, zonder de toegang tot de toiletten geheel af te sluiten; (11d) dat Sjouwerman er rekening mede had behoren te houden, dat bezoekers aan de toegang tot het toilet wellicht niet hun volledige aandacht zouden besteden, (11e) dat, gelet op de eenvoudige middelen, waarmede Sjouwerman – als voormeld – de toegang tot het keldergat afdoende had kunnen barricaderen, zo hij meende zich vandaar te moeten verwijderen, ook hem schuld aan het ongeval treft; (12) ‘’dat het Hof, de schuld van Duchateau en die van Sjouwerman tegen elkaar afwegende, van oordeel is, dat ieder van hen voor de helft aansprakelijk is voor het ongeval; (13) ‘’dat derhalve de door Duchateau aangevoerde grief gedeeltelijk is gegrond en Coca-Cola voor de helft van de door het ongeval geleden schade aansprakelijk is te stellen;’’ Overwegende dat Coca-Cola ’s Hofs arrest bestrijdt met het volgende middel van cassatie:
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer / rolnummer: C/15/319707 / HA ZA 21-469 Vonnis van 16 maart 2022 (bij vervroeging) in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , eiseres, advocaat mr. J.W. Janssens te Houten, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JUMP SKILLZ B.V., gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, gedaagde, advocaat mr. P. Wieringa te Zaandam. Partijen zullen hierna [eiseres] en Jump Skillz genoemd worden. De zaak in het kort [eiseres] bracht op 2 maart 2018 samen met een vriendin een bezoek aan het indoor trampolinepark van Jump Skillz in Hoofddorp. [eiseres] is na een sprong van een toestel verkeerd terecht gekomen in een met lucht gevulde landingszak, de BigAirBag. [eiseres] heeft hierdoor letsel aan haar linkerbeen opgelopen.

Zij wil dat Jump Skillz de schade die zij opliep als gevolg van het ongeval vergoedt. De rechtbank oordeelt in dit vonnis dat Jump Skillz niet aansprakelijk kan worden gehouden voor deze schade en wijst de vorderingen van [eiseres] daarom af. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 13 augustus 2021 met producties 1-17; - het herstelexploot van 30 augustus 2021;- de conclusie van antwoord met producties 1-6; - het tussenvonnis van 29 december 2021; - de brief van 1 februari 2022 van de zijde van Jump Skillz met producties 7-9; - de brief van 4 februari 2022 van de zijde van [eiseres] met productie 18; - de mondelinge behandeling op 9 februari 2022, waar zijn verschenen [eiseres] , vergezeld van haar partner en mr.

Janssens, en namens Jump Skillz de heer [xxx] , vergezeld van mr. Wieringa. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mr. Wieringa heeft gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die hij ter zitting aan de rechtbank heeft overgelegd en die daarmee onderdeel zijn van de processtukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald op 23 maart 2022. Partijen hebben nog de gelegenheid gehad om binnen 14 dagen na de mondelinge behandeling een schikking te treffen. De rechtbank heeft vernomen dat dat niet is gelukt. 2De feiten 2.1.

Jump Skillz exploiteert sinds 2015 in Hoofddorp een indoor trampolinepark met verschillende (spring)toestellen, zoals trampolines, een schuimbak, een klimmuur, een stormbaan en big airbags. 2.2. In de avond van 2 maart 2018 bracht [eiseres] met een vriendin een bezoek aan dit trampolinepark. Bij binnenkomst ontvingen zij van een medewerker van Jump Skillz gripsokken. Ook kregen zij mondeling informatie over wat er allemaal mogelijk was in het trampolinepark en over het achterlaten van persoonlijke spullen in kluisjes. [eiseres] en haar vriendin zijn daarna in het trampolinepark gaan springen.

Bij haar eerste sprong van het toestel met een ‘high jump’ (2.50 m) en een ‘low jump’ (2.00 m) kwam [eiseres] op haar voeten terecht in een met lucht gevulde landingszak, de zogenaamde BigAirBag. Bij deze sprong liep [eiseres] letsel op aan haar linkerbeen (een onderbeenfractuur). 2.3. Bij brief van 9 maart 2018 heeft [eiseres] Jump Skillz aansprakelijk gesteld voor de geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeluk. 2.4. Daarnaast heeft (de moeder van) [eiseres] melding van het ongeluk gedaan bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna:

NVWA). Naar aanleiding van deze melding heeft een inspecteur van de NVWA op 28 maart 2018 een controle ingesteld en een ongevalsonderzoek verricht. Onderdeel van dit onderzoek was een inspectie van het indoor trampolinepark. In het proces-verbaal van bevindingen van 2 juli 2018 is hierover, voor zover van belang, op pagina 2 het volgende vermeld:“Behalve trampolines zag ik onder andere toestellen zoals een klimmuur en in de vloer geïntegreerde putten gevuld met schuimrubber blokken, zogenaamde foampits. Voorts zag ik dat in een eveneens in de vloer geïntegreerde put dat daarin zich een zwart vierkantvormig kussen bevond waarop ik de naam BigAirBag.com zag staan.

Aan de voorkant zag ik een blokvormige verhoging staan die aan de bovenzijde deels was uitgevoerd met een balustrade. Op de verhoging zag ik staan high jump 2.50 M en low jump 2.00 M en zag ik dat de bovenzijde van de verhoging bereikbaar was via grepen en steunen die aan de zijkant ervan waren bevestigd. Uit de verklaring van het slachtoffer kon ik, verbalisant, opmaken dat het ongeval tijdens het springen op dit toestel had plaatsgevonden. (…)Ik, verbalisant, liep het zwarte kussen op en voelde dat deze met een continue flow aan lucht op spanning werd gehouden. (…) Ik zag bij het toestel geen gebruiksinstructies en/of pictogrammen.” 2.5.

Verder heeft de inspecteur van de NVWA [eiseres] en twee medewerkers van Jump Skillz die de bewuste avond van 2 maart 2018 aanwezig waren in het trampolinepark telefonisch als getuigen gehoord. Zij hebben allen schriftelijke verklaringen afgelegd die als bijlagen aan het proces-verbaal van bevindingen zijn toegevoegd. 2.6. Bij e-mailbericht van 4 april 2021 heeft Jump Skillz de aansprakelijkheid van de hand gewezen. 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van Jump Skillz tot betaling van € 120,- aan veraangenamingskosten ziekenhuisopname, € 331,- aan parkeer- en vervoerskosten, € 526,66 aan ziektekosten, € 1.277,46 aan verlies van arbeidsvermogen, € 23.119,88 aan studievertraging, € 1.758,- aan huishoudelijk hulp, € 3.500,- aan smartengeld en € 2.931,33 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke rente en kosten van deze procedure waaronder de nakosten. 3.2. [eiseres] legt aan haar vorderingen, samengevat, het volgende ten grondslag. 3.2.1.

Jump Skillz heeft een gevaarzettende situatie gecreëerd door bij het springtoestel geen dan wel onvoldoende veiligheidsmaatregelen te treffen. De medewerkers van Jump Skillz hebben [eiseres] niet gewaarschuwd of geïnstrueerd over de wijze waarop er vanaf het toestel met een ‘high jump’ (2.50 m) en een ‘low jump’ (2.00 m) in de BigAirBag gesprongen moest worden. Ook stond er bij de BigAirBag geen instructiefilmpje of waarschuwingsbord ter voorkoming van gevaar of letsel. Het was een kleine moeite voor Jump Skillz geweest een dergelijke voorziening bij de BigAirBag te plaatsen.

Als [eiseres] had geweten dat zij op haar rug of kont moest landen, had zij niet rechtstandig vanaf de verhoging gesprongen. Het ontbreken van voorzorgsmaatregelen heeft geleid tot verwezenlijking van het gevaar waartegen deze maatregelen beogen te beschermen. [eiseres] liep immers door haar rechtstandige sprong, die volgens de instructies niet zou zijn toegestaan, letsel op. Door haar gevaarzettende handelen heeft Jump Skillz in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid, ofwel onrechtmatig, gehandeld als bedoeld in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

In dit verband beroept [eiseres] zich op de zogenaamde Kelderluik-criteria. 3.2.2. Verder is Jump Skillz als bezitter van de BigAirBag aansprakelijk op grond van artikel 6:173 lid 1 BW. De BigAirBag voldeed niet aan de eisen die daaraan gesteld mochten worden. Er werd namelijk niet gewaarschuwd of geïnstrueerd over de wijze waarop er gesprongen moest worden ter vermijding van gevaar en letsel. 3.2.3. Jump Skillz moet als aansprakelijke partij de als gevolg van het ongeluk ontstane materiële en immateriële schade van [eiseres] vergoeden. [eiseres] heeft hiertoe diverse schadeposten opgevoerd. 3.3.

Jump Skillz voert verweer. Jump Skillz betwist dat zij aansprakelijk is voor de gevolgen van de ongelukkige sprong van [eiseres] . Er was volgens Jump Skillz geen sprake van gevaarzetting en ook niet van een gebrekkige BigAirBag. [eiseres] was wel degelijk geïnstrueerd over hoe zij moest springen vanaf de verhoging. Los daarvan blijkt uit haar eigen verklaring die zij bij NVWA heeft afgelegd, dat zij zich er op het moment van het springen volledig bewust van was dat zij moest landen op haar rug of kont. Het causaal verband tussen de gestelde normschending en schade ontbreekt dus.

Bovendien heeft [eiseres] haar schadeposten onvoldoende onderbouwd, aldus Jump Skillz. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De kern van het geschil betreft de vraag of Jump Skillz aansprakelijk kan worden gehouden voor de gevolgen van de ongelukkige sprong van [eiseres] op 2 maart 2018 in het indoor trampolinepark van Jump Skillz. De rechtbank zal tot de conclusie komen dat dat niet zo is. Hieronder volgt de uitleg waarom. Grondslag van artikel 6:162 BW 4.2. De vorderingen van [eiseres] jegens Jump Skillz zijn allereerst gebaseerd op een onrechtmatige daad van Jump Skillz wegens schending van een zorgvuldigheidsnorm.

Op grond van artikel 6:162 BW is hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, die aan hem kan worden toegerekend, verplicht om de daardoor veroorzaakte schade te vergoeden. Juridisch kader 4.3. Een onrechtmatige gedraging kan bestaan uit schending van een zorgvuldigheidsnorm doordat iemand een andere persoon niet waarschuwt voor een gevaarlijke situatie, terwijl hij zelf met dat gevaar bekend is. Onder 'gevaarzetting' wordt dan verstaan: het in het leven roepen of laten voortbestaan van een gevaar voor personen of zaken. Hieronder wordt begrepen het achterwege laten van voldoende voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van de verwezenlijking van dat gevaar. 4.4.

De vraag is of aan iemand die een situatie in het leven roept of laat voortbestaan die voor anderen bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid gevaarlijk is, de eis kan worden gesteld dat hij met het oog daarop bepaalde veiligheidsmaatregelen neemt. Dat hangt volgens vaste rechtspraak niet alleen af van de mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en onvoorzichtigheid kan worden verwacht, maar ook van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, van de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben, en van de mate van bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen. 4.5.

Op [eiseres] rusten de stelplicht en de bewijslast van de feiten - de door haar aangevoerde feitelijke toedracht -, die zij ten grondslag heeft gelegd aan haar vorderingen.Zijn gebruiksinstructies door een werknemer gegeven? 4.6. Over wat er feitelijk is voorgevallen hebben [eiseres] en haar vriendin schriftelijke verklaringen afgelegd die in dit geding zijn gebracht. [eiseres] en haar vriendin verklaren dat zij bij binnenkomst in het indoor trampolinepark huishoudelijke instructies over onder andere kluisjes hebben gekregen van een medewerker van Jump Skillz.

Maar hen is op dat moment niet verteld hoe zij na een sprong van de high of low jump moesten landen in de BigAirBag. Ook was er bij dit toestel geen waarschuwingsbord aanwezig, waarop als regel staat vermeld dat op de rug of de kont moet worden geland. 4.7. Uit het hiervoor onder 2.4 vermelde proces-verbaal van bevindingen van 2 juli 2018 blijkt dat twee werknemers van Jump Skillz als getuigen hebben verklaard dat [eiseres] en haar vriendin bij binnenkomst wel degelijk gebruiksinstructies zijn gegeven, zoals altijd elk uur op een vaste plek door een medewerker wordt gedaan. 4.8.

Of wel of geen instructies door een werknemer van Jump Skillz zijn gegeven over hoe in de BigAirBag gesprongen moest worden, kan naar het oordeel van de rechtbank bij deze stand van zaken niet worden vastgesteld. De verklaringen van betrokkenen hierover zijn tegenstrijdig en de rechtbank verwacht niet, ook gelet op het feit dat het ongeluk vier jaar geleden is gebeurd, dat het alsnog of opnieuw gaan horen van deze vier getuigen tot een andere uitkomst zal leiden. Onduidelijk blijft dus wat er bij binnenkomst precies aan mondelinge informatie aan [eiseres] en haar vriendin is verstrekt.

Geen waarschuwingsbord 4.9. Wat wél voldoende is komen te staan is dat op het moment van het bezoek van [eiseres] aan het trampolinepark geen waarschuwingsbord en ook geen andere gebruiksinstructies en/of pictogrammen bij de BigAirBag aanwezig waren. De rechtbank gaat daarbij uit van het proces-verbaal van bevindingen van de inspecteur van de NVWA. De inspecteur heeft - net als [eiseres] en haar vriendin - bij het toestel geen gebruiksinstructies en/of pictogrammen aangetroffen. 4.10. Wat JumpSkillz hiertegen heeft aangevoerd, geeft de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van de inspecteur op dit punt.

Met haar enkele verwijzing naar een foto van Google Maps uit 2017 van een veiligheidsposter bij het toestel (zie hieronder) heeft Jump Skillz onvoldoende betwist dat de inspecteur het juist heeft gezien. Op die foto zijn ook geen grepen en steunen te zien, bevestigd aan de zijkant van de verhoging, terwijl die door de inspecteur wel zijn waargenomen. Naar aanleiding van het rapport van de inspecteur heeft Jump Skillz bovendien niet gereageerd. Verder bestaan geen concrete aanknopingspunten om aan te nemen dat bij het springtoestel op 2 maart 2018 wel een waarschuwingsbord aanwezig was en tijdens de inspectie op 28 maart 2018 niet. 4.11.

Een waarschuwingsbord over de wijze van landen in de BigAirBag had naar het oordeel van de rechtbank in dit geval - bij afwezigheid van andere gebruiksinstructies - niet mogen ontbreken ter voorkoming van gevaar of letsel. Een koper van de BigAirBag wordt er door de leverancier op gewezen dat deze een instructiefilmpje of een waarschuwingsbord moet ophangen met de volgende afbeelding. Uit deze afbeelding blijkt dat het springen in de BigAirBag niet zonder gevaar is, als niet op de juiste wijze wordt gesprongen. Als regel is vermeld dat op de rug of de kont geland moet worden.

Verkeerd landen kan ernstige gevolgen hebben, zoals in het geval van [eiseres] na haar rechtstandige sprong is gebleken. De rechtbank acht een ongeval zoals door [eiseres] overkomen allerminst uitzonderlijk. Onrechtmatig handelen 4.12. Jump Skillz heeft de BigAirBag in combinatie met de high en low jump laten gebruiken, terwijl zij wist of kon weten dat een verkeerd gebruik van dit springtoestel het risico op letsel zou verhogen. Voor dit risico had zij op eenvoudige wijze (door het ophangen van een bord of het tonen van een instructiefilmpje) kunnen waarschuwen, wat zij heeft nagelaten. 4.13.

Toepassing van de Kelderluik-criteria op deze situatie leidt gezien bovenvermelde omstandigheden tot het oordeel dat Jump Skillz met het achterwege laten van doeltreffende voorzorgsmaatregelen die voor haar allerminst bezwaarlijk waren, een gevaarzettende situatie in het leven heeft geroepen en heeft laten voortbestaan. Daarmee heeft Jump Skillz in strijd met de op haar rustende zorgvuldigheidsnorm als bedoeld in artikel 6:162 BW, ofwel onrechtmatig, jegens [eiseres] gehandeld. Causaal verband 4.14. Daarmee is echter nog niet gezegd dat Jump Skillz aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] stelt te hebben geleden als gevolg van het ongeluk.

Behalve de onrechtmatige gedraging moet ook sprake zijn van causaal verband tussen deze onrechtmatige gedraging en de gestelde schade. Vertaald naar deze zaak: de door [eiseres] geleden schade moet het gevolg zijn geweest van het onvoldoende treffen van voorzorgsmaatregelen door Jump Skillz. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet zo. De rechtbank licht dit oordeel als volgt toe. 4.15. [eiseres] heeft over haar sprong tegenover de inspecteur van de NVWA onder meer het volgende verklaard: “Wij waren niet de enige en ik zag dat andere van een soort muurtje op een grote zwarte airbag sprongen.

Ik ben er heen gelopen, opgeklommen en eraf gesprongen. Het was mijn bedoeling om op mijn kont te landen maar ik ben met gestrekte benen op de air bag terecht gekomen.” 4.16. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] naar aanleiding van een vraag van de rechtbank over deze verklaring, in het bijzonder over hoe zij wist dat zij op haar kont wilde vallen, het volgende verklaard: “Toevallig waren er ook andere jongens voor mij aan het springen. Ik zag het gebeuren voor me. Ik wilde dat ook. Ik zag hen het zo doen. Ik wilde daarom ook op mijn kont vallen.

Ik heb geen idee waarom dat niet is gelukt.” 4.17. Uit deze verklaringen blijkt dat [eiseres] zich ervan bewust was dat zij op haar kont moest landen, omdat anderen voor haar ook op die wijze vanaf de verhoging sprongen. Het was ook haar bedoeling om dat te doen. [eiseres] sprong echter niet goed door met de benen gestrekt naar beneden te springen. Het aanwezig zijn van een instructie of waarschuwingsbord bij de BigAirBag zou naar het oordeel van de rechtbank in dit geval geen verschil hebben gemaakt. De bedoeling van [eiseres] was immers om zo te springen, zoals op het instructiebord staat vermeld (zie 4.11 hiervoor).

Dat zij anders is gesprongen en terechtgekomen is ongelukkig. Maar dat is ook precies wat het is: een ongeluk, zoals een ieder kan overkomen. Conclusie aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW 4.18. Het is niet zo dat bij een ongeluk het slachtoffer de schade altijd op een ander kan verhalen. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de oorzaak van de door [eiseres] geleden schade niet het gevolg is van het ontbreken van instructieborden of –filmpjes bij de BigAirBag. Daarom kan Jump Skillz niet aansprakelijk worden gehouden voor het ongeval en de daaruit voortvloeiende schade.

De vorderingen van [eiseres] op grondslag van artikel 6:162 BW moeten daarom worden afgewezen. Grondslag van artikel 6:173 lid 1 BW 4.19. Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op artikel 6:173 lid 1 BW, zijn deze ook niet toewijsbaar. Uit de stukken en het onderzoek van de NVWA blijkt dat de BigAirBag op zichzelf, inclusief de verhoging (high en low jump), deugdelijk was en geen gebreken vertoonde. Het enkele feit dat een instructie of waarschuwingsbord bij het toestel ontbrak leidt er niet toe dat het springtoestel niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen.

Het toestel is dus niet als een gebrekkige zaak in de zin van artikel 6:173 lid 1 BW aan te merken. Van de BigAirBag ging geen bijzonder gevaar uit. Bovendien geldt ook voor deze grondslag dat een waarschuwing bij de BigAirBag er niet toe had geleid dat [eiseres] anders had gesprongen. Slotsom 4.20. De slotsom is dat de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen. Proceskosten 4.21. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Jump Skillz worden begroot op: - griffierecht € 2.076,00 - salaris advocaat € 1.442,00 (2,0 punten × tarief € 721,00) Totaal € 3.518,00 4.22.

De gevorderde nakosten zullen eveneens worden toegewezen.

5De beslissing

De rechtbank 5.1. wijst de vorderingen af, 5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Jump Skillz tot op heden begroot op € 3.518,-, 5.3. veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, 5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2022. Hoge Raad 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079 zie o.a. Hoge Raad 5 november 1965, NJ 1966, 136 (Kelderluik) en Hoge Raad 28 mei 2004, NJ 2005, 105 (Jetblast) type: ST coll: LJS