Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2021:9944 ECLI:NL:RBNHO:2021:9944 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2021:9944 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2021:9944
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 21/4222 uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 november 2021 in de zaak tussen [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker, en het college van burgemeester en wethouders van gemeente Medemblik, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 10 augustus 2021 (primair besluit) heeft verweerder aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2021:9944 · Rechtbank Noord-Holland: Procesverloop Bij besluit van 10 augustus 2021 (primair besluit) heeft verweerder aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
late payment of fees timely postal transmission bill payable after sight statutory grace period missed deadline deadline for communication
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 21/4222 uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 november 2021 in de zaak tussen [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker, en het college van burgemeester en wethouders van gemeente Medemblik, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 10 augustus 2021 (primair besluit) heeft verweerder aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:82, tweede lid, van de Awb € 181,-. De griffier van de rechtbank stelt op grond van artikel 8:82, derde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:82, derde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Awb het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

3. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 7 oktober 2021 verzoeker in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 26 oktober 2021 is bezorgd. Verzoeker heeft niet gereageerd.

4. Verzoeker heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Verzoeker heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.

5. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Jochem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.