Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2021:905 ECLI:NL:RBNHO:2021:905 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2021:905 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2021:905
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/973719-13 Uitspraakdatum : 19 januari 2021 Vonnis van de rechtbank Noord-Holland, meervoudige strafkamer, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr), in de zaak tegen: [de veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , hierna de veroordeelde.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 36e Sr, artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering, artikel 6:4:18 Sv; ECLI:NL:RBNHO:2021:905 · Rechtbank Noord-Holland: RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/973719-13 Uitspraakdatum : 19 januari 2021 Vonnis van de rechtbank Noord-Holland, meervoudige strafkamer, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr), in de zaak tegen: [de veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , hierna de veroordeelde.

Keywords

AI generated
reduction of costs party costs settlement of dispute remission of costs enforcement costs advances on costs

Cited Legislation

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
artikel 36e Sr
artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering
artikel 6:4:18 Sv
De rechtbank is van oordeel dat, nu de zaak van de veroordeelde reeds op 19 januari 2021 ter terechtzitting van de rechtbank is aangebracht en door de veroordeelde aan de voorwaarden van de hiervoor genoemde schikking is voldaan, de zaak overeenkomstig artikel 6:4:18 Sv van rechtswege is geëindigd.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/973719-13 Uitspraakdatum : 19 januari 2021 Vonnis van de rechtbank Noord-Holland, meervoudige strafkamer, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr), in de zaak tegen: [de veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , hierna de veroordeelde.

1Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 januari 2021. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, mr. L. Haeringen. 2Vordering De vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en het aan [de veroordeelde] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van € 685.206,88,.

3De beoordeling

De officier van justitie heeft ter terechtzitting medegedeeld dat op grond van het bepaalde in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering (Sv) een schikking is getroffen tussen het Openbaar Ministerie en de veroordeelde, welke schikking inhoudt de betaling aan de Staat der Nederlanden van een overeengekomen geldbedrag. De veroordeelde heeft inmiddels aan de uitvoering van die schikking gevolg gegeven, aldus de officier van justitie. De rechtbank is van oordeel dat, nu de zaak van de veroordeelde reeds op 19 januari 2021 ter terechtzitting van de rechtbank is aangebracht en door de veroordeelde aan de voorwaarden van de hiervoor genoemde schikking is voldaan, de zaak overeenkomstig artikel 6:4:18 Sv van rechtswege is geëindigd. 4Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing: verstaat dat de zaak van rechtswege is geëindigd.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door: mr. P.H.B. Littooy, voorzitter, mr. C.A.M. van der Heijden en mr. F.W. van Dongen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. R. Winter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 januari 2021. mr. P.H.B. Littooy is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.