ECLI:NL:RBNHO:2021:8972 · Rechtbank Noord-Holland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 21/3219 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 oktober 2021 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. J.H.D. Elings), en De minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder. Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 7 juni 2021 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen 1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Legislator headnote
AI generatedArtikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBNHO:2021:8972 · Rechtbank Noord-Holland: J.H.D. Elings), en De minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder. Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 7 juni 2021 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen 1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 21/3219 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 oktober 2021 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. J.H.D. Elings), en De minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder. Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 7 juni 2021 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen 1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid - het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser bij brief van 4 augustus 2021 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 5 augustus 2021 is bezorgd op het kantooradres van gemachtigde. Eiser heeft niet gereageerd.
4. Eiser heeft binnen die termijn het verzuim niet hersteld. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Jochem, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.