Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBNHO:2021:4479 ECLI:NL:RBNHO:2021:4479 AI generated

ECLI:NL:RBNHO:2021:4479 · Rechtbank Noord-Holland

Case Number ECLI:NL:RBNHO:2021:4479
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Sectie Familie & Jeugd locatie Haarlem wijziging voornaam en wijziging geboorteakte (wijziging van geslacht) zaak-/rekestnr.: C/15/311799 / FA RK 20-7265 beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 6 mei 2021 in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [plaats] , hierna mede te noemen: [verzoeker] of de verzoeker, advocaat mr. E.P.J. Appelman, kantoorhoudende te Alkmaar, strekkende tot het wijzigen van de voornaam en verbetering van de geboorteakte. De rechtbank merkt als belanghebbende aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente [gemeente] , hierna: de ambtenaar. 1Verloop van de procedure 1.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 1:19d Burgerlijk Wetboek, artikel 1:28a BW; ECLI:NL:RBNHO:2021:4479 · Rechtbank Noord-Holland: Met betrekking tot het verzoek tot geslachtswijziging heeft de ambtenaar geadviseerd om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Subsidiair heeft de ambtenaar geadviseerd om het verzoek af te wijzen. De ambtenaar heeft geen verweer gevoerd tegen het wijzigen van de voornaam. 5Beoordeling geslachtwijziging 5.1. De rechtbank oordeelt als volgt. Voor dit verzoek ontbreekt een wettelijke basis. Op grond van artikel 1:19d Burgerlijk Wetboek (BW) is het mogelijk om - in het geval dat het geslacht van het kind (om medische redenen) twijfelachtig is - in de geboorteakte de vermelding op te nemen dat het geslacht van het kind niet is kunnen worden vastgesteld.

Keywords

AI generated
rectification of marital status register of births civil status register of families official change of surname register of acknowledgments of paternity gender identity

Cited Legislation

AI generated
artikel 1:19d Burgerlijk Wetboek
Op grond van artikel 1:19d Burgerlijk Wetboek (BW) is het mogelijk om - in het geval dat het geslacht van het kind (om medische redenen) twijfelachtig is - in de geboorteakte de vermelding op te nemen dat het geslacht van het kind niet is kunnen worden vastgesteld.
artikel 1:28a BW

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBLIM:2018:4931
Rechtbank Limburg Familie en jeugd Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/232248 / FA RK 17-687 Beschikking van 28 mei 2018 in de zaak van: OFFICIER VAN JUSTITIE, in het arrondissement Limburg, hierna te noemen: ‘OvJ’. De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: ‘belanghebbende’; en DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND VAN DE GEMEENTE ROERMOND, zetelend te Roermond, hierna te noemen: ‘de ambtenaar’. 1Het verloop van de procedure: 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het navolgende: de beschikking van de rechtbank van 6 november 2017, waarbij de dienstdoende arts van de afdeling Klinische Genetica van Maastricht UMC+ tot deskundige benoemd is en haar verzocht is om een chromosomen-onderzoek te verrichten om te bepalen of belanghebbende geboren is als interseksueel; de e-mail van de deskundige, door de rechtbank ontvangen op 19 december 2017, waarin de deskundige aangeeft dat zij met een (nog uit te voeren) chromosomen-onderzoek niet zal kunnen bepalen of belanghebbende geboren is als interseksueel; de beschikking van de rechtbank van 14 februari 2018, waarbij een arts van het Radboudumc Expertiseteam DSD is bevolen tot een verhoor, waarbij de deskundige onder meer een oordeel zal worden gevraagd over de punten genoemd onder 2.2 van voornoemde beschikking; de brief van dr. [naam arts] van 20 maart 2018; de brief van belanghebbende van 9 april 2018; de nadere mondelinge behandeling op 17 april 2018 waarbij zijn verschenen: - mevrouw [naam ovj] , OvJ; - belanghebbende; - de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] , ambtenaren van de Burgerlijke Stand van de gemeente Roermond. 1.2.
ECLI:NL:RBNNE:2019:3437
RECHTBANK NOORD NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Assen Beschikking d.d.
ECLI:NL:RBMNE:2020:522
beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht locatie Utrecht zaaknummer / rekestnummer: C/16/489876 / FO RK 19-1562 (voornaamswijziging) zaaknummer / rekestnummer: C/16/488796 / FO RK 19-1452 (doorhaling akte) Beschikking van 10 februari 2020 in de zaak met nummer C/16/488796 / FO RK 19-1452 van de OFFICIER VAN JUSTITIE, in het arrondissement Utrecht, hierna te noemen: ‘de OvJ’. waarin de rechtbank als belanghebbenden aanmerkt: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen [verzoeker] , advocaat mr. C. Simmelink te Maarssen, de AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND VAN DE GEMEENTE [gemeente] , hierna te noemen:
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Sectie Familie & Jeugd locatie Haarlem wijziging voornaam en wijziging geboorteakte (wijziging van geslacht) zaak-/rekestnr.: C/15/311799 / FA RK 20-7265 beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 6 mei 2021 in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [plaats] , hierna mede te noemen: [verzoeker] of de verzoeker, advocaat mr. E.P.J. Appelman, kantoorhoudende te Alkmaar, strekkende tot het wijzigen van de voornaam en verbetering van de geboorteakte. De rechtbank merkt als belanghebbende aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente [gemeente] , hierna: de ambtenaar. 1Verloop van de procedure 1.1.

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken: het op 28 december 2020 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verzoekschrift met bijlagen; de brief, met bijlagen, van de advocaat van [verzoeker] , van 19 maart 2021; de brief van de ambtenaar van 25 maart 2021. 1.2. De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 31 maart 2021 in aanwezigheid van [verzoeker] bijgestaan door mr. E.P.J. Appelman, en (via een videoverbinding) de ambtenaar [ambtenaar] , [ambtenaar] en [ambtenaar] .

2Feiten en omstandigheden

Uit de overgelegde akte van geboorte van de gemeente [gemeente] met nummer [nummer] van het jaar 2000 blijkt dat op [geboortedatum] te [plaats] is geboren [verzoeker] . Op de geboorteakte staat vermeld dat [verzoeker] van het vrouwelijk geslacht is. 3Verzoek 3.1. [verzoeker] heeft verzocht om wijziging van haar voornaam ‘ [voornaam] ’ naar ‘ [voornaam] ’ 3.2. [verzoeker] heeft verzocht om de geboorteakte te doen verbeteren, in die zin dat het geslacht van [verzoeker] zal worden gewijzigd van ‘vrouwelijk’ in ‘het geslacht is niet kunnen worden vastgesteld’.

4Standpunt ambtenaar

Met betrekking tot het verzoek tot geslachtswijziging heeft de ambtenaar geadviseerd om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Subsidiair heeft de ambtenaar geadviseerd om het verzoek af te wijzen. De ambtenaar heeft geen verweer gevoerd tegen het wijzigen van de voornaam. 5Beoordeling geslachtwijziging 5.1. De rechtbank oordeelt als volgt. Voor dit verzoek ontbreekt een wettelijke basis. Op grond van artikel 1:19d Burgerlijk Wetboek (BW) is het mogelijk om - in het geval dat het geslacht van het kind (om medische redenen) twijfelachtig is - in de geboorteakte de vermelding op te nemen dat het geslacht van het kind niet is kunnen worden vastgesteld.

Hiervan is bij [verzoeker] geen sprake. [verzoeker] baseert haar verzoek op het feit dat ze rond haar zestiende tot de ontdekking is gekomen dat haar genderidentiteit niet overeenkomt met haar biologische geslacht en dat ze zich niet in één categorie wil laten plaatsen. [verzoeker] identificeert zich als een non-binair persoon. [verzoeker] staat op de wachtlijst voor een behandeling van het VU Medisch Centrum om een meer bij de ervaren identiteit passend lichaamsbeeld te krijgen. 5.2. [verzoeker] heeft voor de toewijsbaarheid verwezen naar verschillenden uitspraken, namelijk van de Hoge Raad van 30 maart 2007 (ECLI:NL:HR:AZ5686), de rechtbank Limburg van 28 mei 2018 (ECLI:NL:RBLIM:2018:4931), de rechtbank Noord-Nederland van 24 juli 2019 (ECLI:NL:RBNNE:2019:3437) en de rechtbank Midden-Nederland van 10 februari 2020 (ECLI:NL:RBMNE:2020:522).

De rechtbanken hebben in hun zaken de verzoeken tot wijziging/verbetering van de geboorteakte toegewezen. Daarbij hebben zij overwogen dat er inmiddels sprake is van een maatschappelijke erkenning van een neutrale geslachtelijke identiteit en dat daarin ook op juridisch gebied stappen worden gezet. 5.3. De mogelijkheid om wijziging van het geslacht tot het andere geslacht in de geboorteakte te verzoeken is wel bij wet geregeld, in de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW. Daarbij moet op grond van 1:28a BW een deskundigenverklaring te worden overgelegd.

De rol van de deskundige bestaat eruit de duurzame overtuiging van de genderidentiteit te bevestigen en om bevestiging te krijgen dat die overtuiging niet voortkomt uit een psychiatrische stoornis (MvT, Kamerstukken II 2011/12, 33351, 3, p. 14). Nu [verzoeker] niet de overtuiging heeft om tot het andere geslacht te behoren, maar wel de overtuiging heeft om niet tot haar biologische geslacht te behoren, ziet de rechtbank aanleiding om dit artikel naar analogie toe te passen en [verzoeker] in de gelegenheid te stellen een deskundigenverklaring over te leggen.

De over te leggen deskundigenverklaring dient, in lijn met artikel 1:28a BW, te vermelden dat de verzoeker jegens de deskundige heeft verklaard de overtuiging te hebben tot een ander geslacht te behoren dan is vermeld in zijn geboorteakte en er jegens de deskundige blijk van heeft gegeven diens voorlichting omtrent de reikwijdte en de betekenis van deze staat te hebben begrepen en de wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte weloverwogen te blijven wensen. De deskundige geeft de verklaring niet af indien hij gegronde reden heeft om aan de gegrondheid van bedoelde overtuiging te twijfelen.

De deskundigen zijn aangewezen bij Besluit aanwijzing deskundigen transgenders van 19 juni 2014. De daarin aangewezen deskundigen zijn de artsen en psychologen die verbonden zijn aan het Kennis- en Zorgcentrum voor genderdysforie van het VU Medisch Centrum te Amsterdam, het genderteam van het Universitair Medisch Centrum Groningen te Groningen en het genderteam van het Curium en Leids Universitair Medisch Centrum te Leiden. Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank de beslissing over de geslachtswijziging aanhouden in afwachting van een deskundigenverklaring met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen. voornaamswijziging 5.4. [verzoeker] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat de naam [voornaam] overwegend vrouwelijk van aard is en dat zij wenst de meer genderneutrale naam [voornaam] te voeren.

Zij gebruikt in het dagelijkse leven vanaf haar vijftiende al de roepnaam [roepnaam] . Op school werd ze [roepnaam] genoemd en haar werkgever noemt haar ook zo, zo heeft [verzoeker] gesteld. De rechtbank zal het verzoek tot voornaamswijziging toewijzen zoals verzocht, omdat de aangevoerde gronden genoegzaam gewichtig zijn en redenen van openbaar belang zich niet tegen de verzochte wijziging verzetten. 6Beslissing De rechtbank: 6.1. gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de Gemeente [gemeente] aan de akte van geboorte onder nummer [nummer] van het jaar 2000 de latere vermelding toe te voegen van de wijziging van: - de wijziging van de voornaam “ [voornaam] ” in “ [voornaam] ”; 6.2. draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de Gemeente [gemeente] ; 6.3. houdt de beslissing over het verzoek tot geslachtswijziging aan tot 15 juli 2021 PRO FORMA.

Gelast de verzoeker om uiterlijk op deze datum een deskundigenverklaring zoals bedoeld in 5.3 te overleggen. Wijst er op dat de rechtbank daarna zal beslissen over de verdere voortgang van de procedure. Deze beschikking is gegeven door mr. P.W.M. de Wolf MSM, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.J. van Schie, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2021. Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en de verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.